bullenpees
zelfstandig naamwoord ˈbʏlə(n)ˌpesBetekenis
- touw met knopen als gesel
- lange wapenstok in gebruik bij de politie met name de Mobiele Eenheid
Hoe spreek je bullenpees uit?
/ˈbʏlənˌpes/
Bullenpees bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ʏ | put |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| p | pak |
| e | veel |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- zweep uit repen stijf samengeknoopt leer, pees of touw
- benaming voor grote lisdodde Typha latifolia figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bullenpezen | meervoud |
| bullepees |
Herkomst
samenstelling van bul zn en pees zn met het invoegsel -en- , omdat oorspronkelijk delen van de stier als zweep werden gebruikt; in de betekenis van ‘strafwerktuig’ aangetroffen vanaf 1617
Woordfamilie van bullenpees
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bullenpezen | meervoud | bullenpees |
| bullepees | feminine, masculine | bullenpees |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bullenpees zijn vastgelegd.