Aramees
eigennaam, bijvoeglijk naamwoord /araˈmes/Betekenis
- een West-Semitische taal die tegenwoordig nog in enkele dorpjes bij Damascus in Syrië en elders in het Midden-Oosten wordt gesproken
- in de Bijbel genoemde taal van het volk Aram-2 (2 Kon. 18:26, Jes. 36:11, Dan. 2:4, Ezra 4:7); verwant met het Hebreeuws, gesproken van enkele eeuwen v.C. tot enkele eeuwen n.C. in eerst Mesopotamië, daarna een groter gebied, waaronder het Bijbelse land Israël-3; taal van enkele gedeelten van de Tenach (OT), van een aantal woorden in het NT en van oudere rabbijnse literatuur, waaronder delen van de Talmoed; vroeger gebruikte naam: Chaldeeuws
- horend tot of gesteld in het Aramees
Hoe spreek je Aramees uit?
/araˈmes/
Aramees bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| r | rood |
| m | maan |
| e | veel |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
eigennaam — neuter
- West-Semitische taal die tegenwoordig nog in enkele dorpjes bij Damascus in Syrië en elders in het Midden-Oosten wordt gesproken linguistics, no-plural
Herkomst
Herkomst: Hebreeuws (gangbare Nederlandse versie en vernederlandste vorm), letterlijk: afleiding van 'Aram' met het achtervoegsel -ees
Woordfamilie van Aramees
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Arameest | woordvorm | Aramees |
| Arameeste | woordvorm | Aramees |
| Arameser | woordvorm | Aramees |
| Aramesere | woordvorm | Aramees |
| Aramesers | woordvorm | Aramees |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van Aramees zijn vastgelegd.