bulldozer
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈbuldozərBetekenis
- een zware van rupsbanden voorziene machine om terreinen te egaliseren met behulp van een schuiver die stenen en aarde kan verplaatsen
- ; een zware van rupsbanden voorziene machine om terreinen te egaliseren
- bulldozer
Hoe spreek je bulldozer uit?
/ˈbuldozər/
Bulldozer bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| u | boek |
| l | land |
| d | dak |
| o | boot |
| z | zon |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- zware van rupsbanden voorziene machine om terreinen te egaliseren met behulp van een schuiver die stenen en aarde kan verplaatsen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bulldozers | meervoud |
| bulldozertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bulldozertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bulldozeren
- gebiedende wijs van bulldozeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bulldozeren
Vervoeging van bulldozer
bulldozerhele werkwoord
Herkomst
van Engels bulldozer, in de betekenis van ‘grondschuiver’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1950
Woordfamilie van bulldozer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bulldozers | meervoud | bulldozer |
| bulldozertje | verkleinwoord | bulldozer |
| bulldozertjes | verkleinwoord meervoud | bulldozer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bulldozer zijn vastgelegd.