bulkgoed
zelfstandig naamwoord 'bʏlkxutBetekenis
- goederen die men in grote hoeveelheden maakt en gebruikt en die zonder verpakking worden vervoerd
Hoe spreek je bulkgoed uit?
/ˈbʏlkxut/
Bulkgoed bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ʏ | put |
| l | land |
| k | kat |
| x | acht |
| u | boek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bulkgoederen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bulk zn en goed zn
Woordfamilie van bulkgoed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bulkgoederen | meervoud | bulkgoed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bulkgoed zijn vastgelegd.