shovel
zelfstandig naamwoord ˈʃovəlBetekenis
- graafmachine op banden met een beweegbare laadschop die zowel kan graven als grond verplaatsen
- schep, schop, spade
- excavateur, lepelexcavateur, lepelgraafmachine
- scheppen, opscheppen
- scheppen
Hoe spreek je shovel uit?
/ˈʃovəl/
Shovel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ʃ | sjaal |
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| shovels | meervoud |
Herkomst
van Engels shovel zn , in de betekenis van ‘laadschop op rupsbanden’ voor het eerst aangetroffen in 1989
Woordfamilie van shovel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| shovels | meervoud | shovel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van shovel zijn vastgelegd.