Naar de inhoud

buitensluiten

niet binnen een bepaalde kring toelaten

buitensluiten

werkwoord

Betekenis

  1. niet binnen een bepaalde kring toelaten

Vervoeging van buitensluiten

buitensluitenhele werkwoord — sloot buitenverleden tijd enkelvoud — sloten buitenverleden tijd meervoud — buitengeslotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sluit buiten sloot buiten
jij sluit buiten sloot buiten
hij, zij, het sluit buiten sloot buiten
wij sluiten buiten sloten buiten
jullie sluiten buiten sloten buiten
zij sluiten buiten sloten buiten
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben buitengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent buitengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
buiten te sluiten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
buiten te zullen sluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
buiten zal sluiten bijzin, toekomende tijd
buiten zou sluiten bijzin, voorwaardelijk
buiten zouden sluiten bijzin, voorwaardelijk
buiten zoudt sluiten bijzin, voorwaardelijk
buiten zullen sluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
buiten zullen sluiten bijzin, toekomende tijd
buiten zult sluiten bijzin, toekomende tijd
buitengesloten verleden tijd, deelwoord
buitengesloten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
buitengesloten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
buitengesloten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
buitengesloten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
buitengesloten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
buitengesloten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
buitengesloten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
buitengesloten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
buitengesloten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
buitengesloten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
buitensloot bijzin, verleden tijd
buitensloten bijzin, verleden tijd
buitensluit bijzin, tegenwoordige tijd
buitensluitend onvoltooid, deelwoord
er is buitengesloten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was buitengesloten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd buitengesloten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt buitengesloten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal buitengesloten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal buitengesloten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou buitengesloten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou buitengesloten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had buitengesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had buitengesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had buitengesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden buitengesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden buitengesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden buitengesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt buitengesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb buitengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben buitengesloten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben buitengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben buitengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben buitengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt buitengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft buitengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft buitengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is buitengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is buitengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sloot buiten verleden tijd
sluit buiten gebiedende wijs
te hebben buitengesloten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen buitensluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart buitengesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren buitengesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren buitengesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren buitengesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was buitengesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was buitengesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was buitengesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd buitengesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd buitengesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd buitengesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden buitengesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden buitengesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden buitengesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt buitengesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word buitengesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden buitengesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden buitengesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden buitengesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt buitengesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt buitengesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal buitengesloten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal buitengesloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal buitengesloten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal buitengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal buitengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal buitengesloten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal buitengesloten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal buitensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal buitensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal buitensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal buitensluiten bijzin, toekomende tijd
zijn buitengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn buitengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn buitengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt buitengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou buitengesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou buitengesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou buitengesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou buitengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou buitengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou buitengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou buitengesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou buitengesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou buitengesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou buitensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou buitensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou buitensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou buitensluiten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) buitensluiten buiten zou(dt) sluiten bijzin, voorwaardelijk
zouden buitengesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden buitengesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden buitengesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden buitengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden buitengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden buitengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden buitengesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden buitengesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden buitengesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden buitensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden buitensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden buitensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden buitensluiten bijzin, voorwaardelijk
zoudt buitengesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt buitengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt buitengesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt buitensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt buitensluiten bijzin, voorwaardelijk
zullen buitengesloten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen buitengesloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen buitengesloten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen buitengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen buitengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen buitengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen buitengesloten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen buitengesloten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen buitengesloten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen buitensluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen buitensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen buitensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen buitensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen buitensluiten bijzin, toekomende tijd
zult buitengesloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult buitengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van buiten en sluiten ww

Woordfamilie van buitensluiten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
buitengesloten voltooid deelwoord buitensluiten
buitensloot subordinate-clause, verleden tijd buitensluiten
buitensloten subordinate-clause, verleden tijd buitensluiten
buitensluit subordinate-clause, tegenwoordige tijd buitensluiten
buitensluite with-subordinate-clause buitensluiten
buitensluitend onvoltooid deelwoord buitensluiten
buitensluitende woordvorm buitensluiten
sloot buiten verleden tijd buitensluiten
sloten buiten aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon buitensluiten
sluit buiten gebiedende wijs buitensluiten
sluite buiten woordvorm buitensluiten
sluiten buiten aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon buitensluiten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buitensluiten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over buitensluiten

Wat betekent buitensluiten?
Buitensluiten is een werkwoord. Het woord betekent: niet binnen een bepaalde kring toelaten.
Hoe vervoeg je buitensluiten?
Je vervoegt buitensluiten als volgt: het voltooid deelwoord is buitengesloten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord buitensluiten is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. U 4
  3. I 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. S 2
  8. L 3
  9. U 4
  10. I 1
  11. T 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

buitensluiten levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. U 2
  3. I 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. S 2
  8. L 3
  9. U 2
  10. I 2
  11. T 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 25 zonder bonus
  15. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

buitensluiten in het kort

buitensluiten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van buitensluiten zijn 86 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort buitensluiten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

buitensluiten: niet binnen een bepaalde kring toelaten
Deel buitensluiten — standaardnederlands.nl