buitenspel
zelfstandig naamwoord, bijwoordBetekenis
- een overtreding van een regel die een aanvaller verbiedt zich achter de lijn van de laatste verdediger te bevinden
- spel dat men buiten beoefent (zie ook buitensport)
- zich in overtreding van bovenstaande regel bevindend
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [2] buitenspelen | meervoud |
| [2] buitenspellen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van buiten en spel
Woordfamilie van buitenspel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| buitenspelen | meervoud | buitenspel |
| buitenspellen | meervoud | buitenspel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buitenspel zijn vastgelegd.