Naar de inhoud

buikdansen

uitvoeren van een oosterse dans, gekenmerkt door opvallende bewegingen van heupen, bekken en buikspieren

buikdansen is meer dan één woord

buikdansen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈbœyɡdɑnsə(n)

Betekenis

  1. uitvoeren van een oosterse dans, gekenmerkt door opvallende bewegingen van heupen, bekken en buikspieren

Hoe spreek je buikdansen uit?

/ˈbœygdɑnsən/

Buikdansen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbœygdɑnsən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
œy huis
g goal
d dak
ɑ bad
n nek
s sok
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van buikdansen

buikdansenhele werkwoord — buikdansteverleden tijd enkelvoud — buikdanstenverleden tijd meervoud — gebuikdanstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik buikdans buikdanste
jij buikdanst buikdanste
hij, zij, het buikdanst buikdanste
wij buikdansen buikdansten
jullie buikdansen buikdansten
zij buikdansen buikdansten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
buikdans gebiedende wijs
buikdanse aanvoegende wijs
buikdansend onvoltooid, deelwoord
buikdanste verleden tijd
er is gebuikdanst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebuikdanst impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebuikdanst impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebuikdanst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebuikdanst worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebuikdanst zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebuikdanst worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebuikdanst zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebuikdanst verleden tijd, deelwoord
gebuikdanst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebuikdanst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebuikdanst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebuikdanst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebuikdanst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebuikdanst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebuikdanst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebuikdanst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebuikdanst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebuikdanst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebuikdanst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebuikdanst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebuikdanst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebuikdanst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebuikdanst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebuikdanst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebuikdanst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te buikdansen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebuikdanst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen buikdansen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal buikdansen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal buikdansen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal buikdansen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebuikdanst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebuikdanst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebuikdanst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou buikdansen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou buikdansen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou buikdansen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebuikdanst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebuikdanst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebuikdanst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden buikdansen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden buikdansen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden buikdansen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebuikdanst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebuikdanst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebuikdanst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt buikdansen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebuikdanst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen buikdansen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen buikdansen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen buikdansen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen buikdansen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebuikdanst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebuikdanst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebuikdanst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult buikdansen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebuikdanst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord buikdans

Herkomst

afgeleid van buikdans zn met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van buikdansen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
buikdanse aanvoegende wijs buikdansen
buikdansend onvoltooid deelwoord buikdansen
buikdansende woordvorm buikdansen
buikdanst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon buikdansen
buikdanste verleden tijd buikdansen
buikdansten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon buikdansen
gebuikdanst voltooid deelwoord buikdansen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buikdansen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over buikdansen

Hoe spreek ik buikdansen uit?
Zo spreek je buikdansen uit: /ˈbœyɡdɑnsə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van buikdansen?
Buikdansen is een werkwoord. De betekenis is: uitvoeren van een oosterse dans, gekenmerkt door opvallende bewegingen van heupen, bekken en buikspieren.
Hoe vervoeg ik buikdansen?
Zo vervoeg je buikdansen zo: de tegenwoordige tijd is buikdans, de verleden tijd is buikdanste en het voltooid deelwoord is gebuikdanst. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord buikdansen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. U 4
  3. I 1
  4. K 3
  5. D 2
  6. A 1
  7. N 1
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

buikdansen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. U 2
  3. I 2
  4. K 3
  5. D 2
  6. A 1
  7. N 1
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

buikdansen in het kort

buikdansen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van buikdansen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort buikdansen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

buikdansen: uitvoeren van een oosterse dans, gekenmerkt door opvallende bewegingen van heupen, bekken en buikspieren
Deel buikdansen — standaardnederlands.nl