buikdans
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈbœyɡdɑnsBetekenis
- een dansvorm afkomstig uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika waarbij de verschillende lichaamsdelen (heupen en buik) veelal onafhankelijk van elkaar bewegen
Hoe spreek je buikdans uit?
/ˈbœygdɑns/
Buikdans bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| œy | huis |
| g | goal |
| d | dak |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| buikdansen | meervoud |
| buikdansje | verkleinwoord, enkelvoud |
| buikdansjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van buikdansen
- gebiedende wijs van buikdansen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van buikdansen
Vervoeging van buikdans
buikdanshele werkwoord
Herkomst
samenstelling van buik zn en dans zn
Woordfamilie van buikdans
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| buikdansje | verkleinwoord | buikdans |
| buikdansjes | verkleinwoord meervoud | buikdans |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buikdans zijn vastgelegd.