strijkage
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een te diepe, te onderdanige buiging om in het gevlei bij iemand te komen / een overdreven beleefdheid
zelfstandig naamwoord
- een te diepe, te onderdanige buiging om in het gevlij bij iemand te komen / een overdreven beleefdheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| strijkages | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘diepe buiging’ voor het eerst aangetroffen in 1642
Woordfamilie van strijkage
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| strijkages | meervoud | strijkage |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van strijkage zijn vastgelegd.