Naar de inhoud

bridgen

bridge spelen

bridgen

werkwoord

Betekenis

  1. bridge spelen

Vervoeging van bridgen

bridgenhele werkwoord — bridgedeverleden tijd enkelvoud — bridgedenverleden tijd meervoud — gebridgedvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bridge bridgede
jij bridget bridgede
hij, zij, het bridget bridgede
wij bridgen bridgeden
jullie bridgen bridgeden
zij bridgen bridgeden
Alle 91 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bridge gebiedende wijs
bridge aanvoegende wijs
bridgede verleden tijd
bridgend onvoltooid, deelwoord
bridgete verleden tijd
er is gebridged impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebridged impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebridged impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebridged impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebridged impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebridged impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebridged impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebridged impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebridged actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebridged actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebridged verleden tijd, deelwoord
gebridget actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebridget actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebridget impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
gebridget impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
gebridget impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
gebridget impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
gebridget verleden tijd, deelwoord
gebridget voltooid, verleden tijd, eerste persoon
gebridget voltooid, verleden tijd, tweede persoon
gebridget voltooid, verleden tijd, derde persoon
gebridget voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
gebridget voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
gebridget voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
gebridget hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
gebridget hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
gebridget hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
gebridget hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
gebridget hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
gebridget hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
gebridget te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebridget worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
gebridget worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
gebridget zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
gebridget zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
gebridget zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebridged voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebridged voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebridged voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebridged voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebridged voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebridged voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebridged voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebridged voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebridged actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebridged voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebridged voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebridged voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebridged voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt/heeft gebridged gebridget voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebridged voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bridgen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebridged actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bridgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bridgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bridgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bridgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebridged voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebridged voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal/zult gebridged gebridget hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zou bridgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bridgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bridgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebridged voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebridged voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebridged voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou/zoudt gebridged gebridget hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bridgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bridgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bridgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebridged voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebridged voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebridged voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bridgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebridged voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bridgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bridgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bridgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bridgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebridged voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebridged voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebridged voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bridgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebridged voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal gebridged gebridget hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordfamilie van bridgen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bridgede verleden tijd bridgen
bridgeden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bridgen
bridgend onvoltooid deelwoord bridgen
bridgende woordvorm bridgen
bridget aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bridgen
bridgete verleden tijd bridgen
bridgeten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bridgen
gebridged voltooid deelwoord bridgen
gebridget voltooid deelwoord bridgen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bridgen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over bridgen

Wat is de betekenis van bridgen?
Bridgen is een werkwoord. De betekenis is: bridge spelen.
Hoe vervoeg ik bridgen?
Zo vervoeg je bridgen zo: de tegenwoordige tijd is bridge, de verleden tijd is bridgede en het voltooid deelwoord is gebridged. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bridgen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. R 2
  3. I 1
  4. D 2
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bridgen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 109 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. R 2
  3. I 2
  4. D 2
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 109 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

bridgen telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

bridgen in het kort

bridgen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bridgen staan er 47 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bridgen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bridgen: bridge spelen
Deel bridgen — standaardnederlands.nl