Naar de inhoud

breien

een weefsel vervaardigen uit een gesponnen draad met behulp van twee of meer pennen

breien is meer dan één woord

breien

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈbrɛijə(n)

Betekenis

  1. een weefsel vervaardigen uit een gesponnen draad met behulp van twee of meer pennen
  2. eindeloos met de bal combineren zonder tot een goede aanval te komen.
  3. een notatiefout maken bij het rekenen. De fout bestaat eruit dat twee berekeningen met gelijktekens aan elkaar worden geplakt, terwijl er in feite niet elke keer sprake is van gelijkheid aan beide kanten van het teken.

Hoe spreek je breien uit?

/ˈbrɛijən/

Breien bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbrɛijən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
r rood
ɛi trein
j ja
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van breien

breienhele werkwoord — breeªverleden tijd enkelvoud — breeënªverleden tijd meervoud — (gebreeën) *voltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik brei breeª
jij breit breeª
hij, zij, het breit breeª
wij breien breeënª
jullie breien breeënª
zij breien breeënª
Alle 92 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
(bree) * verleden tijd
(gebreeën) * verleden tijd, deelwoord
brei gebiedende wijs
breide verleden tijd
breie aanvoegende wijs
breiend onvoltooid, deelwoord
er is gebreid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebreid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebreid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebreid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebreid impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebreid impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebreid impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebreid impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebreeënª actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebreeënª actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebreeënª impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
gebreeënª impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
gebreeënª impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
gebreeënª impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
gebreeënª verleden tijd, deelwoord
gebreeënª voltooid, verleden tijd, eerste persoon
gebreeënª voltooid, verleden tijd, tweede persoon
gebreeënª voltooid, verleden tijd, derde persoon
gebreeënª voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
gebreeënª voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
gebreeënª voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
gebreeënª hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
gebreeënª hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
gebreeënª hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
gebreeënª hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
gebreeënª hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
gebreeënª hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
gebreeënª te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebreeënª worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
gebreeënª worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
gebreeënª zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
gebreeënª zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
gebreeënª zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebreid actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebreid actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebreid verleden tijd, deelwoord
had gebreid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebreid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebreid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebreid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebreid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebreid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebreid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebreid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebreid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebreid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebreid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebreid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebreid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt/heeft gebreid gebreeënª voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebreid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te breien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebreid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen breien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal breien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal breien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal breien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebreid voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebreid voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal/zult gebreid gebreeënª hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zou breien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou breien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou breien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebreid voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebreid voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebreid voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou/zoudt gebreid gebreeënª hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden breien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden breien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden breien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebreid voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebreid voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebreid voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt breien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebreid voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen breien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen breien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen breien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen breien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebreid voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebreid voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebreid voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult breien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebreid voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal gebreid gebreeënª hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord brei

Herkomst

In de betekenis van ‘draden strikken’ voor het eerst aangetroffen in 1201

Woordfamilie van breien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bree woordvorm breien
breeën woordvorm breien
breide verleden tijd breien
breie aanvoegende wijs breien
breiend onvoltooid deelwoord breien
breiende woordvorm breien
breit aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon breien
gebreeën woordvorm breien
gebreid voltooid deelwoord breien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van breien zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over breien

Hoe spreek ik breien uit?
Zo spreek je breien uit: /ˈbrɛijə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van breien?
Breien is een werkwoord. De betekenis is: een weefsel vervaardigen uit een gesponnen draad met behulp van twee of meer pennen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik breien?
Zo vervoeg je breien zo: de tegenwoordige tijd is brei, de verleden tijd is breeª en het voltooid deelwoord is gebreeën. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op breien?

Breien rijmt op 39 woorden op -en; dijen, leien en landerijen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op breien, uitspraak ˈbrɛijən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
dijen 2
leien 2
landerijen 4
aandachttrekkerijen 6
aannemerijen 5
arbeiderspartijen 6
arbeidsongeschiktheidsverzekeringsmaatschappijen 14
autobatterijen 6
bedijen 3
bladerdeegpasteien 6
bloembinderijen 5
bodemerijen 5
boekdrukkerijen 5
boerterijen 4
boomkwekerijen 5
bouwmaatschappijen 5
duimzuigerijen 5
gasmaatschappijen 5
hangpartijen 4
hondenweien 4
houtslijperijen 5
kapelanijen 5
klappeien 3
knietjevrijen 4
koperdrukkerijen 6
kwaadsprekerijen 5
letterdieverijen 6
makelarijen 5
pannenlikkerijen 6
pasteibakkerijen 6
plantenkwekerijen 6
schalmeien 3
smeerpijperijen 5
smokkelarijen 5
spekslagerijen 5
turbodijen 4
valleien 3
waddenviltbijen 5
watermaatschappijen 6

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord breien is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. R 2
  3. E 1
  4. I 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

breien levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. R 2
  3. E 1
  4. I 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

breien telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

breien in het kort

breien is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van breien staan er 51 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort breien bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

breien: een weefsel vervaardigen uit een gesponnen draad met behulp van twee of meer pennen
Deel breien — standaardnederlands.nl