Naar de inhoud

bouten

met bouten bevestigen

bouten is meer dan één woord

bouten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. met bouten bevestigen
  2. schijten

Vervoeging van bouten

boutenhele werkwoord — boutteverleden tijd enkelvoud — bouttenverleden tijd meervoud — geboutvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bout boutte
jij bout boutte
hij, zij, het bout boutte
wij bouten boutten
jullie bouten boutten
zij bouten boutten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bout gebiedende wijs
boute aanvoegende wijs
boutend onvoltooid, deelwoord
boutte verleden tijd
ev. gebiedende wijs
gebout verleden tijd, deelwoord
gebout te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebout zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebout voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebout voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebout voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebout voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebout voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebout voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebout voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebout voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebout actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebout voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebout voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebout voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebout voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebout voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebout voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bouten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebout actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bouten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bouten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bouten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bouten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebout hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebout hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebout hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou bouten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bouten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bouten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebout hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebout hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebout hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bouten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bouten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bouten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebout hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebout hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebout hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bouten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebout hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bouten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bouten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bouten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bouten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebout hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebout hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebout hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bouten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebout hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord bout

Herkomst

In de betekenis van ‘kakken’ voor het eerst aangetroffen in 1731

Woordfamilie van bouten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
boutend onvoltooid deelwoord bouten
boutende woordvorm bouten
boutte verleden tijd bouten
boutten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bouten
gebout voltooid deelwoord bouten
geboute woordvorm bouten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bouten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bouten

Wat betekent bouten?
Bouten is een werkwoord. Het woord betekent: met bouten bevestigen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bouten?
Je vervoegt bouten als volgt: de tegenwoordige tijd is bout, de verleden tijd is boutte en het voltooid deelwoord is gebout. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bouten is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. O 1
  3. U 4
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bouten levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. O 1
  3. U 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bouten telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

bouten in het kort

bouten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bouten zijn 31 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bouten bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bouten: met bouten bevestigen
Deel bouten — standaardnederlands.nl