bottel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- (van het Engels bottle:) fles
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- eigenlijk: knop van een plant, maar meestal: rozenbottel
- fles
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bottels | meervoud |
| botteltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| botteltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bottelen
- gebiedende wijs van bottelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bottelen
Vervoeging van bottel
bottelhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘fles’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1698
Woordfamilie van bottel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bottels | meervoud | bottel |
| botteltje | verkleinwoord | bottel |
| botteltjes | verkleinwoord meervoud | bottel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bottel zijn vastgelegd.