Naar de inhoud

boorden

van een boord voorzien

boorden is meer dan één woord

boorden

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. van een boord voorzien

Vervoeging van boorden

boordenhele werkwoord — boorddeverleden tijd enkelvoud — boorddenverleden tijd meervoud — geboordvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik boord boordde
jij boordt boordde
hij, zij, het boordt boordde
wij boorden boordden
jullie boorden boordden
zij boorden boordden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geboord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geboord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
boord gebiedende wijs
boordde verleden tijd
boorde aanvoegende wijs
boordend onvoltooid, deelwoord
er is geboord impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geboord impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geboord impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geboord impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geboord worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geboord zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geboord worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geboord zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geboord verleden tijd, deelwoord
geboord te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geboord te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geboord te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geboord te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geboord te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geboord worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geboord zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geboord zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geboord zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geboord zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geboord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geboord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geboord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geboord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geboord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geboord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geboord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geboord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geboord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geboord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geboord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geboord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geboord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geboord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geboord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geboord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geboord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te boorden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geboord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen boorden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geboord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geboord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geboord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geboord voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geboord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geboord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geboord voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geboord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geboord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geboord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geboord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geboord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geboord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geboord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geboord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geboord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geboord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geboord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geboord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geboord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal boorden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal boorden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal boorden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geboord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geboord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geboord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geboord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geboord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geboord zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geboord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geboord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geboord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geboord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geboord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou boorden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou boorden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou boorden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geboord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geboord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geboord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geboord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geboord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geboord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geboord zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geboord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geboord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden boorden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden boorden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden boorden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geboord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geboord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geboord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geboord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geboord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geboord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geboord zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geboord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geboord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt boorden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geboord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geboord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geboord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen boorden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen boorden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen boorden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen boorden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geboord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geboord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geboord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geboord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geboord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geboord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geboord zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geboord zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geboord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult boorden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geboord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geboord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geboord zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord boord

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van boren

Vervoeging van boorden

boordenhele werkwoord

Woordfamilie van boorden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
boordde verleden tijd boorden
boordden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon boorden
boordend onvoltooid deelwoord boorden
boordende woordvorm boorden
boordt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon boorden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boorden zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over boorden

Wat betekent boorden?
Boorden is een werkwoord. Het woord betekent: van een boord voorzien.
Hoe vervoeg je boorden?
Je vervoegt boorden als volgt: de tegenwoordige tijd is boord, de verleden tijd is boordde en het voltooid deelwoord is geboord. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord boorden is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. D 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

boorden levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. D 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

boorden telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

boorden in het kort

boorden is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van boorden zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort boorden bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

boorden: van een boord voorzien
Deel boorden — standaardnederlands.nl