Naar de inhoud

bonzen

bij herhaling slaande, een luid, laag geluid maken

bonzen is meer dan één woord

bonzen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈbɔnzə(n)

Betekenis

  1. bij herhaling slaande, een luid, laag geluid maken
  2. heftig kloppen (van het hart)

Hoe spreek je bonzen uit?

/ˈbɔnzən/

Bonzen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbɔnzən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ɔ bot
n nek
z zon
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bonzen

bonzenhele werkwoord — bonsdeverleden tijd enkelvoud — bonsdenverleden tijd meervoud — gebonsdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bons bonsde
jij bonst bonsde
hij, zij, het bonst bonsde
wij bonzen bonsden
jullie bonzen bonsden
zij bonzen bonsden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bons gebiedende wijs
bonsde verleden tijd
bonze aanvoegende wijs
bonzend onvoltooid, deelwoord
er is gebonsd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebonsd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebonsd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebonsd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebonsd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebonsd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebonsd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebonsd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebonsd verleden tijd, deelwoord
gebonsd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebonsd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebonsd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebonsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebonsd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebonsd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebonsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebonsd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebonsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebonsd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebonsd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebonsd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebonsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebonsd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebonsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebonsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebonsd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bonzen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebonsd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bonzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bonzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bonzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bonzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebonsd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebonsd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebonsd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou bonzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bonzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bonzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebonsd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebonsd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebonsd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bonzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bonzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bonzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebonsd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebonsd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebonsd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bonzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebonsd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bonzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bonzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bonzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bonzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebonsd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebonsd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebonsd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bonzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebonsd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord bons
  • meervoud van het zelfstandig naamwoord bonze

Herkomst

ww: afgeleid van bons zn met het achtervoegsel -en, in de betekenis van ‘hevig kloppen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1589

Woordfamilie van bonzen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bonsde verleden tijd bonzen
bonsden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bonzen
bonst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bonzen
gebonsd voltooid deelwoord bonzen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bonzen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bonzen

Hoe spreek je bonzen uit?
De uitspraak van bonzen is: /ˈbɔnzə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent bonzen?
Bonzen is een werkwoord. Het woord betekent: bij herhaling slaande, een luid, laag geluid maken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bonzen?
Je vervoegt bonzen als volgt: de tegenwoordige tijd is bons, de verleden tijd is bonsde en het voltooid deelwoord is gebonsd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bonzen?

Op bonzen rijmen 2 woorden, onder andere verslonzen en sponzen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bonzen, uitspraak ˈbɔnzən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
verslonzen 3
sponzen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bonzen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. O 1
  3. N 1
  4. Z 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bonzen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. O 1
  3. N 1
  4. Z 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bonzen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

bonzen in het kort

bonzen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bonzen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bonzen bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bonzen: bij herhaling slaande, een luid, laag geluid maken
Deel bonzen — standaardnederlands.nl