bodybuilden
werkwoordBetekenis
- door gerichte krachttraining de spiermassa en definitie zo groot mogelijk maken
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van bodybuilden
bodybuildenhele werkwoord — bodybuilddeverleden tijd enkelvoud — bodybuilddenverleden tijd meervoud — gebodybuildvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bodybuild | bodybuildde |
| jij | bodybuildt | bodybuildde |
| hij, zij, het | bodybuildt | bodybuildde |
| wij | bodybuilden | bodybuildden |
| jullie | bodybuilden | bodybuildden |
| zij | bodybuilden | bodybuildden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bodybuild | gebiedende wijs |
| bodybuildde | verleden tijd |
| bodybuilde | aanvoegende wijs |
| bodybuildend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebodybuild | verleden tijd, deelwoord |
| gebodybuild te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebodybuild zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebodybuild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebodybuild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebodybuild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebodybuild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebodybuild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebodybuild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebodybuild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebodybuild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebodybuild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebodybuild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebodybuild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebodybuild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebodybuild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebodybuild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebodybuild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bodybuilden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebodybuild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bodybuilden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bodybuilden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bodybuilden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bodybuilden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebodybuild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebodybuild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebodybuild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou bodybuilden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bodybuilden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bodybuilden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebodybuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebodybuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebodybuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bodybuilden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bodybuilden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bodybuilden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebodybuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebodybuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebodybuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bodybuilden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebodybuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bodybuilden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bodybuilden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bodybuilden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bodybuilden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebodybuild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebodybuild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebodybuild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bodybuilden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebodybuild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van body en builden
Woordfamilie van bodybuilden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bodybuild | gebiedende wijs | bodybuilden |
| bodybuildde | verleden tijd | bodybuilden |
| bodybuildden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bodybuilden |
| bodybuilde | aanvoegende wijs | bodybuilden |
| bodybuildend | onvoltooid deelwoord | bodybuilden |
| bodybuildende | woordvorm | bodybuilden |
| bodybuildt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bodybuilden |
| gebodybuild | voltooid deelwoord | bodybuilden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bodybuilden zijn vastgelegd.