bodybuilder
zelfstandig naamwoord ˈbɔdiˌbɪldərBetekenis
- beoefenaar van de sport bodybuilding waarbij het de bedoeling is om door krachttraining en dieet het lichaam te ontwikkelen en fraaier te maken
Hoe spreek je bodybuilder uit?
/ˈbɔdiˌbɪldər/
Bodybuilder bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| d | dak |
| i | riet |
| ɪ | pit |
| l | land |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- beoefenaar van bodybuilding, waarbij het de bedoeling is om door middel van krachttraining en dieet het lichaam te ontwikkelen en fraaier te maken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bodybuilders | meervoud |
Herkomst
van Engels bodybuilder; op te vatten als afgeleid van bodybuilden met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van bodybuilder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bodybuilders | meervoud | bodybuilder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bodybuilder zijn vastgelegd.