Naar de inhoud

blunderen

een blunder begaan

blunderen

werkwoord

Betekenis

  1. een blunder begaan

Vervoeging van blunderen

blunderenhele werkwoord — blunderdeverleden tijd enkelvoud — blunderdenverleden tijd meervoud — geblunderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik blunder blunderde
jij blundert blunderde
hij, zij, het blundert blunderde
wij blunderen blunderden
jullie blunderen blunderden
zij blunderen blunderden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
blunder gebiedende wijs
blunderde verleden tijd
blundere aanvoegende wijs
blunderend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
geblunderd verleden tijd, deelwoord
geblunderd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geblunderd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geblunderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geblunderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geblunderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geblunderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geblunderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geblunderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geblunderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geblunderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geblunderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geblunderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geblunderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geblunderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geblunderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geblunderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geblunderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te blunderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geblunderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen blunderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal blunderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal blunderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal blunderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geblunderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geblunderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geblunderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou blunderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou blunderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou blunderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geblunderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geblunderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geblunderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden blunderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden blunderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden blunderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geblunderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geblunderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geblunderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt blunderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geblunderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen blunderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen blunderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen blunderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen blunderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geblunderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geblunderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geblunderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult blunderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geblunderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van blunder met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van blunderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
blunderde verleden tijd blunderen
blunderden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon blunderen
blundere aanvoegende wijs blunderen
blunderend onvoltooid deelwoord blunderen
blunderende woordvorm blunderen
blundert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon blunderen
geblunderd voltooid deelwoord blunderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blunderen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over blunderen

Wat is de betekenis van blunderen?
Blunderen is een werkwoord. De betekenis is: een blunder begaan.
Hoe vervoeg ik blunderen?
Zo vervoeg je blunderen zo: de tegenwoordige tijd is blunder, de verleden tijd is blunderde en het voltooid deelwoord is geblunderd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord blunderen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. L 3
  3. U 4
  4. N 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

blunderen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. L 3
  3. U 2
  4. N 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

blunderen in het kort

blunderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van blunderen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort blunderen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

blunderen: een blunder begaan
Deel blunderen — standaardnederlands.nl