Naar de inhoud

blowen

een joint roken

blowen

werkwoord ˈblowə(n)

Betekenis

  1. een joint roken
  2. het verwijderen van overtollige bladeren door middel van een blaasapparaat

Hoe spreek je blowen uit?

/ˈblowən/

Blowen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈblowən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
l land
o boot
w quiz
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van blowen

blowenhele werkwoord — blowdeverleden tijd enkelvoud — blowdenverleden tijd meervoud — geblowdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik blow blowde
jij blowt blowde
hij, zij, het blowt blowde
wij blowen blowden
jullie blowen blowden
zij blowen blowden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
blow gebiedende wijs
blowde verleden tijd
blowe aanvoegende wijs
blowend onvoltooid, deelwoord
er is geblowd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geblowd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geblowd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geblowd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geblowd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geblowd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geblowd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geblowd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geblowd verleden tijd, deelwoord
geblowd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geblowd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geblowd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geblowd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geblowd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geblowd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geblowd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geblowd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geblowd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geblowd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geblowd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geblowd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geblowd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geblowd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geblowd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geblowd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geblowd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te blowen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geblowd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen blowen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal blowen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal blowen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal blowen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geblowd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geblowd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geblowd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou blowen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou blowen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou blowen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geblowd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geblowd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geblowd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden blowen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden blowen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden blowen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geblowd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geblowd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geblowd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt blowen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geblowd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen blowen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen blowen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen blowen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen blowen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geblowd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geblowd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geblowd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult blowen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geblowd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Van het Engelse werkwoord blow in de betekenis "drugs roken". In het Nederlands aangetroffen sinds 1970. Binnen het Nederlands zijn blaaien, blazen en blouwen mogelijk verwant (doublet).

Woordfamilie van blowen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
blowde verleden tijd blowen
blowden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon blowen
blowe aanvoegende wijs blowen
blowend onvoltooid deelwoord blowen
blowende woordvorm blowen
blowt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon blowen
geblowd voltooid deelwoord blowen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blowen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over blowen

Hoe spreek ik blowen uit?
Zo spreek je blowen uit: /ˈblowə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van blowen?
Blowen is een werkwoord. De betekenis is: een joint roken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik blowen?
Zo vervoeg je blowen zo: de tegenwoordige tijd is blow, de verleden tijd is blowde en het voltooid deelwoord is geblowd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op blowen?

Er staan 2 woorden in dit woordenboek die op blowen rijmen, waaronder showen en epizoën. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op blowen, uitspraak ˈblowən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
showen 2
epizoën 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord blowen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. L 3
  3. O 1
  4. W 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

blowen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. L 3
  3. O 1
  4. W 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. 15 zonder bonus
  8. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

blowen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

blowen in het kort

blowen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van blowen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort blowen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

blowen: een joint roken
Deel blowen — standaardnederlands.nl