Naar de inhoud

blakeren

het hout van een scheepswand blootstellen aan vuur om het te bevrijden van wormvraat

blakeren

werkwoord

Betekenis

  1. het hout van een scheepswand blootstellen aan vuur om het te bevrijden van wormvraat
  2. oppervlakkig verkolen door blootstelling aan vuur
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van blakeren

blakerenhele werkwoord — blakerdeverleden tijd enkelvoud — blakerdenverleden tijd meervoud — geblakerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik blaker blakerde
jij blakert blakerde
hij, zij, het blakert blakerde
wij blakeren blakerden
jullie blakeren blakerden
zij blakeren blakerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geblakerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geblakerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
blaker gebiedende wijs
blakerde verleden tijd
blakere aanvoegende wijs
blakerend onvoltooid, deelwoord
er is geblakerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geblakerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geblakerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geblakerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geblakerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geblakerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geblakerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geblakerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geblakerd verleden tijd, deelwoord
geblakerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geblakerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geblakerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geblakerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geblakerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geblakerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geblakerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geblakerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geblakerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geblakerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geblakerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geblakerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geblakerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geblakerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geblakerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geblakerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geblakerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geblakerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geblakerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geblakerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geblakerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geblakerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geblakerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geblakerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geblakerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geblakerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geblakerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te blakeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geblakerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen blakeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geblakerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geblakerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geblakerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geblakerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geblakerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geblakerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geblakerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geblakerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geblakerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geblakerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geblakerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geblakerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geblakerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geblakerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geblakerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geblakerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geblakerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geblakerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geblakerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geblakerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal blakeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal blakeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal blakeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geblakerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geblakerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geblakerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geblakerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geblakerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geblakerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geblakerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geblakerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geblakerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geblakerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geblakerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou blakeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou blakeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou blakeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geblakerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geblakerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geblakerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geblakerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geblakerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geblakerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geblakerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geblakerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geblakerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden blakeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden blakeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden blakeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geblakerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geblakerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geblakerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geblakerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geblakerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geblakerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geblakerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geblakerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geblakerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt blakeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geblakerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geblakerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geblakerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen blakeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen blakeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen blakeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen blakeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geblakerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geblakerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geblakerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geblakerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geblakerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geblakerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geblakerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geblakerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geblakerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult blakeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geblakerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geblakerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geblakerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘zengen’ voor het eerst aangetroffen in 1415

Woordfamilie van blakeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
blakerde verleden tijd blakeren
blakerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon blakeren
blakere aanvoegende wijs blakeren
blakerend onvoltooid deelwoord blakeren
blakerende woordvorm blakeren
blakert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon blakeren
geblakerd voltooid deelwoord blakeren
geblakerde woordvorm blakeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blakeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over blakeren

Wat is de betekenis van blakeren?
Blakeren is een werkwoord. De betekenis is: het hout van een scheepswand blootstellen aan vuur om het te bevrijden van wormvraat. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik blakeren?
Zo vervoeg je blakeren zo: de tegenwoordige tijd is blaker, de verleden tijd is blakerde en het voltooid deelwoord is geblakerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord blakeren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. L 3
  3. A 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

blakeren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. L 3
  3. A 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

blakeren in het kort

blakeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van blakeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort blakeren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

blakeren: het hout van een scheepswand blootstellen aan vuur om het te bevrijden van wormvraat
Deel blakeren — standaardnederlands.nl