blaker
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- lage kandelaar met brede, platte voet en een handvat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blakers | meervoud |
| blakertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| blakertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blakeren
- gebiedende wijs van blakeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blakeren
Vervoeging van blaker
blakerhele werkwoord
Herkomst
afgeleid van blaken met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van blaker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blakers | meervoud | blaker |
| blakertje | verkleinwoord | blaker |
| blakertjes | verkleinwoord meervoud | blaker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blaker zijn vastgelegd.