Naar de inhoud

bladderen

het plaatselijk opbollen en in dunne laagjes loskomen van verf

bladderen

werkwoord

Betekenis

  1. het plaatselijk opbollen en in dunne laagjes loskomen van verf

Vervoeging van bladderen

bladderenhele werkwoord — bladderdeverleden tijd enkelvoud — bladderdenverleden tijd meervoud — gebladderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bladder bladderde
jij bladdert bladderde
hij, zij, het bladdert bladderde
wij bladderen bladderden
jullie bladderen bladderden
zij bladderen bladderden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bladder gebiedende wijs
bladderde verleden tijd
bladdere aanvoegende wijs
bladderend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gebladderd verleden tijd, deelwoord
gebladderd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebladderd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebladderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebladderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebladderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebladderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebladderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebladderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebladderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebladderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebladderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebladderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebladderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebladderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebladderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebladderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebladderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bladderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebladderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bladderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bladderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bladderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bladderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebladderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebladderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebladderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou bladderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bladderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bladderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebladderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebladderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebladderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bladderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bladderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bladderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebladderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebladderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebladderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bladderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebladderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bladderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bladderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bladderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bladderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebladderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebladderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebladderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bladderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebladderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van bladder met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van bladderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bladderde verleden tijd bladderen
bladderden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bladderen
bladdere aanvoegende wijs bladderen
bladderend onvoltooid deelwoord bladderen
bladderende woordvorm bladderen
bladdert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bladderen
gebladderd voltooid deelwoord bladderen
gebladderde woordvorm bladderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bladderen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over bladderen

Wat is de betekenis van bladderen?
Bladderen is een werkwoord. De betekenis is: het plaatselijk opbollen en in dunne laagjes loskomen van verf.
Hoe vervoeg ik bladderen?
Zo vervoeg je bladderen zo: de tegenwoordige tijd is bladder, de verleden tijd is bladderde en het voltooid deelwoord is gebladderd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bladderen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. L 3
  3. A 1
  4. D 2
  5. D 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bladderen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. L 3
  3. A 1
  4. D 2
  5. D 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bladderen in het kort

bladderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bladderen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bladderen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bladderen: het plaatselijk opbollen en in dunne laagjes loskomen van verf
Deel bladderen — standaardnederlands.nl