Naar de inhoud

binnentrekken

een bepaald gebied betreden, gewoonlijk met de bedoeling er zich te vestigen

binnentrekken

werkwoord

Betekenis

  1. een bepaald gebied betreden, gewoonlijk met de bedoeling er zich te vestigen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van binnentrekken

binnentrekkenhele werkwoord — trok binnenverleden tijd enkelvoud — trokken binnenverleden tijd meervoud — binnengetrokkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik trek binnen trok binnen
jij trekt binnen trok binnen
hij, zij, het trekt binnen trok binnen
wij trekken binnen trokken binnen
jullie trekken binnen trokken binnen
zij trekken binnen trokken binnen
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben binnengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent binnengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
binnen te trekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
binnen te zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
binnen zal trekken bijzin, toekomende tijd
binnen zou trekken bijzin, voorwaardelijk
binnen zouden trekken bijzin, voorwaardelijk
binnen zoudt trekken bijzin, voorwaardelijk
binnen zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
binnen zullen trekken bijzin, toekomende tijd
binnen zult trekken bijzin, toekomende tijd
binnengetrokken verleden tijd, deelwoord
binnengetrokken te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
binnengetrokken zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
binnentrek bijzin, tegenwoordige tijd
binnentrekkend onvoltooid, deelwoord
binnentrekt bijzin, tegenwoordige tijd
binnentrok bijzin, verleden tijd
binnentrokken bijzin, verleden tijd
ev. gebiedende wijs
is binnengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is binnengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn binnengetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen binnentrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
trek binnen gebiedende wijs
trok binnen verleden tijd
waart binnengetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren binnengetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren binnengetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren binnengetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was binnengetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was binnengetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was binnengetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal binnengetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal binnengetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal binnengetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal binnentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal binnentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal binnentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal binnentrekken bijzin, toekomende tijd
zijn binnengetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn binnengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn binnengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn binnengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt binnengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou binnengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou binnengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou binnengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou binnentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou binnentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou binnentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou binnentrekken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) binnentrekken binnen zou(dt) trekken bijzin, voorwaardelijk
zouden binnengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden binnengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden binnengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden binnentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden binnentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden binnentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden binnentrekken bijzin, voorwaardelijk
zoudt binnengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt binnentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt binnentrekken bijzin, voorwaardelijk
zullen binnengetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen binnengetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen binnengetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen binnentrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen binnentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen binnentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen binnentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen binnentrekken bijzin, toekomende tijd
zult binnengetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult binnentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult binnentrekken bijzin, toekomende tijd
zult/zal binnentrekken binnen zult/zal trekken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van binnen en trekken

Woordfamilie van binnentrekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
binnengetrokken voltooid deelwoord binnentrekken
binnentrek subordinate-clause, tegenwoordige tijd binnentrekken
binnentrekke with-subordinate-clause binnentrekken
binnentrekkend onvoltooid deelwoord binnentrekken
binnentrekkende woordvorm binnentrekken
binnentrekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd binnentrekken
binnentrok subordinate-clause, verleden tijd binnentrekken
binnentrokken subordinate-clause, verleden tijd binnentrekken
binnentrokt with-subordinate-clause binnentrekken
trek binnen gebiedende wijs binnentrekken
trekke binnen woordvorm binnentrekken
trekken binnen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon binnentrekken
trekt binnen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon binnentrekken
trok binnen verleden tijd binnentrekken
trokken binnen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon binnentrekken
trokt binnen woordvorm binnentrekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van binnentrekken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over binnentrekken

Wat betekent binnentrekken?
Binnentrekken is een werkwoord. Het woord betekent: een bepaald gebied betreden, gewoonlijk met de bedoeling er zich te vestigen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je binnentrekken?
Je vervoegt binnentrekken als volgt: het voltooid deelwoord is binnengetrokken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord binnentrekken is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. T 2
  8. R 2
  9. E 1
  10. K 3
  11. K 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

binnentrekken levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. T 2
  8. R 2
  9. E 1
  10. K 3
  11. K 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 23 zonder bonus
  15. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

binnentrekken in het kort

binnentrekken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van binnentrekken zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort binnentrekken bij een woordfamilie van 16 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

binnentrekken: een bepaald gebied betreden, gewoonlijk met de bedoeling er zich te vestigen
Deel binnentrekken — standaardnederlands.nl