binnenroepen
werkwoordBetekenis
- iemand roepend verzoeken binnen te komen
Vervoeging van binnenroepen
binnenroepenhele werkwoord — riep binnenverleden tijd enkelvoud — riepen binnenverleden tijd meervoud — binnengeroepenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | roep binnen | riep binnen |
| jij | roept binnen | riep binnen |
| hij, zij, het | roept binnen | riep binnen |
| wij | roepen binnen | riepen binnen |
| jullie | roepen binnen | riepen binnen |
| zij | roepen binnen | riepen binnen |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben binnengeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent binnengeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| binnen te roepen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| binnen te zullen roepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnen zal roepen | bijzin, toekomende tijd |
| binnen zou roepen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zouden roepen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zoudt roepen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zullen roepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnen zullen roepen | bijzin, toekomende tijd |
| binnen zult roepen | bijzin, toekomende tijd |
| binnengeroepen | verleden tijd, deelwoord |
| binnengeroepen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| binnengeroepen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| binnengeroepen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnengeroepen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnengeroepen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnengeroepen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| binnengeroepen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| binnengeroepen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnengeroepen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnengeroepen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnenriep | bijzin, verleden tijd |
| binnenriepen | bijzin, verleden tijd |
| binnenroep | bijzin, tegenwoordige tijd |
| binnenroepend | onvoltooid, deelwoord |
| binnenroept | bijzin, tegenwoordige tijd |
| er is binnengeroepen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was binnengeroepen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd binnengeroepen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt binnengeroepen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal binnengeroepen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal binnengeroepen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou binnengeroepen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou binnengeroepen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had binnengeroepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had binnengeroepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had binnengeroepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden binnengeroepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden binnengeroepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden binnengeroepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt binnengeroepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb binnengeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben binnengeroepen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben binnengeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben binnengeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben binnengeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt binnengeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft binnengeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft binnengeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is binnengeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is binnengeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| riep binnen | verleden tijd |
| roep binnen | gebiedende wijs |
| te hebben binnengeroepen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen binnenroepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart binnengeroepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren binnengeroepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren binnengeroepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren binnengeroepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was binnengeroepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was binnengeroepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was binnengeroepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd binnengeroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd binnengeroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd binnengeroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden binnengeroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden binnengeroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden binnengeroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt binnengeroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word binnengeroepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden binnengeroepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden binnengeroepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden binnengeroepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt binnengeroepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt binnengeroepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal binnengeroepen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal binnengeroepen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal binnengeroepen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal binnengeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal binnengeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal binnengeroepen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal binnengeroepen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal binnenroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal binnenroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal binnenroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal binnenroepen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn binnengeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn binnengeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn binnengeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt binnengeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou binnengeroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou binnengeroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou binnengeroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou binnengeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou binnengeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou binnengeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou binnengeroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou binnengeroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou binnengeroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou binnenroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou binnenroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou binnenroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou binnenroepen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) binnenroepen binnen zou(dt) roepen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden binnengeroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden binnengeroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden binnengeroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden binnengeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden binnengeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden binnengeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden binnengeroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden binnengeroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden binnengeroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden binnenroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden binnenroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden binnenroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden binnenroepen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt binnengeroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt binnengeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt binnengeroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt binnenroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt binnenroepen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen binnengeroepen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen binnengeroepen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen binnengeroepen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen binnengeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen binnengeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen binnengeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen binnengeroepen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen binnengeroepen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen binnengeroepen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen binnenroepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen binnenroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen binnenroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen binnenroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen binnenroepen | bijzin, toekomende tijd |
| zult binnengeroepen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van binnen en roepen
Woordfamilie van binnenroepen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| binnengeroepen | voltooid deelwoord | binnenroepen |
| binnenriep | subordinate-clause, verleden tijd | binnenroepen |
| binnenriepen | subordinate-clause, verleden tijd | binnenroepen |
| binnenroep | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | binnenroepen |
| binnenroepe | with-subordinate-clause | binnenroepen |
| binnenroepend | onvoltooid deelwoord | binnenroepen |
| binnenroepende | woordvorm | binnenroepen |
| binnenroept | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | binnenroepen |
| riep binnen | verleden tijd | binnenroepen |
| riepen binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | binnenroepen |
| roep binnen | gebiedende wijs | binnenroepen |
| roepe binnen | woordvorm | binnenroepen |
| roepen binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | binnenroepen |
| roept binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | binnenroepen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van binnenroepen zijn vastgelegd.