bijvoegen
werkwoordBetekenis
- als extra ergens aan toevoegen
Vervoeging van bijvoegen
bijvoegenhele werkwoord — voegde bijverleden tijd enkelvoud — voegden bijverleden tijd meervoud — bijgevoegdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | voeg bij | voegde bij |
| jij | voegt bij | voegde bij |
| hij, zij, het | voegt bij | voegde bij |
| wij | voegen bij | voegden bij |
| jullie | voegen bij | voegden bij |
| zij | voegen bij | voegden bij |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bijgevoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bijgevoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bij te voegen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bij te zullen voegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bij zal voegen | bijzin, toekomende tijd |
| bij zou voegen | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zouden voegen | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zoudt voegen | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zullen voegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bij zullen voegen | bijzin, toekomende tijd |
| bij zult voegen | bijzin, toekomende tijd |
| bijgevoegd | verleden tijd, deelwoord |
| bijgevoegd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bijgevoegd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bijgevoegd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgevoegd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgevoegd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgevoegd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bijgevoegd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bijgevoegd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijgevoegd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijgevoegd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijvoeg | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bijvoegde | bijzin, verleden tijd |
| bijvoegden | bijzin, verleden tijd |
| bijvoegend | onvoltooid, deelwoord |
| bijvoegt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| er is bijgevoegd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bijgevoegd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bijgevoegd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bijgevoegd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bijgevoegd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bijgevoegd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bijgevoegd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bijgevoegd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bijgevoegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bijgevoegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bijgevoegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bijgevoegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bijgevoegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bijgevoegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bijgevoegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bijgevoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bijgevoegd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bijgevoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bijgevoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bijgevoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bijgevoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bijgevoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bijgevoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bijgevoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bijgevoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben bijgevoegd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bijvoegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voeg bij | gebiedende wijs |
| voegde bij | verleden tijd |
| waart bijgevoegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bijgevoegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bijgevoegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bijgevoegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bijgevoegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bijgevoegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bijgevoegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bijgevoegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bijgevoegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bijgevoegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bijgevoegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bijgevoegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bijgevoegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bijgevoegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bijgevoegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bijgevoegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bijgevoegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bijgevoegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bijgevoegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bijgevoegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bijgevoegd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgevoegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bijgevoegd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bijgevoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgevoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bijgevoegd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgevoegd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bijvoegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bijvoegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bijvoegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bijvoegen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn bijgevoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bijgevoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bijgevoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bijgevoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bijgevoegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgevoegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgevoegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bijgevoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgevoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bijgevoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgevoegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgevoegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgevoegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bijvoegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bijvoegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bijvoegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bijvoegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) bijvoegen bij zou(dt) voegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden bijgevoegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bijgevoegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bijgevoegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijgevoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bijgevoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bijgevoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijgevoegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bijgevoegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bijgevoegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijvoegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bijvoegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bijvoegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bijvoegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt bijgevoegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijgevoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijgevoegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijvoegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bijvoegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen bijgevoegd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bijgevoegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bijgevoegd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijgevoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bijgevoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bijgevoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijgevoegd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bijgevoegd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bijgevoegd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijvoegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bijvoegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bijvoegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bijvoegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bijvoegen | bijzin, toekomende tijd |
| zult bijgevoegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van bij en voegen
Woordfamilie van bijvoegen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijvoeg | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bijvoegen |
| bijvoegde | subordinate-clause, verleden tijd | bijvoegen |
| bijvoegden | subordinate-clause, verleden tijd | bijvoegen |
| bijvoege | with-subordinate-clause | bijvoegen |
| bijvoegend | onvoltooid deelwoord | bijvoegen |
| bijvoegende | woordvorm | bijvoegen |
| bijvoegt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bijvoegen |
| voeg bij | gebiedende wijs | bijvoegen |
| voegde bij | verleden tijd | bijvoegen |
| voegden bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bijvoegen |
| voege bij | woordvorm | bijvoegen |
| voegen bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | bijvoegen |
| voegt bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bijvoegen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijvoegen zijn vastgelegd.