bijvoeglijk
bijvoeglijk naamwoord bɛiˈvuxləkBetekenis
- nader bepalend
Hoe spreek je bijvoeglijk uit?
/bɛiˈvuxlək/
Bijvoeglijk bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛi | trein |
| v | vis |
| u | boek |
| x | acht |
| l | land |
| ə | de |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bijvoeglijke | verbogen, stellende trap |
| bijvoeglijker | onverbogen, vergrotende trap |
| bijvoeglijkere | verbogen, vergrotende trap |
| bijvoeglijkers | partitief, vergrotende trap |
| bijvoeglijks | partitief, stellende trap |
| bijvoeglijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| bijvoeglijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afgeleid van bijvoeg (stam van het werkwoord bijvoegen) met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van bijvoeglijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijvoeglijke | verbogen vorm | bijvoeglijk |
| bijvoeglijker | vergrotende trap | bijvoeglijk |
| bijvoeglijkere | verbogen vergrotende trap | bijvoeglijk |
| bijvoeglijkers | partitieve vergrotende trap | bijvoeglijk |
| bijvoeglijks | partitive, positive | bijvoeglijk |
| bijvoeglijkst | uninflected, superlative | bijvoeglijk |
| bijvoeglijkste | inflected, superlative | bijvoeglijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijvoeglijk zijn vastgelegd.