bijtreden
werkwoordBetekenis
- bijvallen, zich aansluiten bij
- tot iemand of tot iets toetreden
Vervoeging van bijtreden
bijtredenhele werkwoord — trad bijverleden tijd enkelvoud — traden bijverleden tijd meervoud — bijgetredenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | treed bij | trad bij |
| jij | treedt bij | trad bij |
| hij, zij, het | treedt bij | trad bij |
| wij | treden bij | traden bij |
| jullie | treden bij | traden bij |
| zij | treden bij | traden bij |
Alle 118 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bijgetreden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bijgetreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bij te treden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bij te zullen treden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bij zal treden | bijzin, toekomende tijd |
| bij zou treden | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zouden treden | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zoudt treden | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zullen treden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bij zullen treden | bijzin, toekomende tijd |
| bij zult treden | bijzin, toekomende tijd |
| bijgetreden | verleden tijd, deelwoord |
| bijgetreden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bijgetreden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bijgetreden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgetreden te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgetreden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgetreden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bijgetreden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bijgetreden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijgetreden zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijgetreden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijtrad | bijzin, verleden tijd |
| bijtraden | bijzin, verleden tijd |
| bijtredend | onvoltooid, deelwoord |
| bijtreed | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bijtreedt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| er is bijgetreden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bijgetreden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bijgetreden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bijgetreden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bijgetreden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bijgetreden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bijgetreden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bijgetreden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| is bijgetreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bijgetreden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te zijn bijgetreden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bijtreden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| trad bij | verleden tijd |
| treed bij | gebiedende wijs |
| waart bijgetreden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bijgetreden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bijgetreden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bijgetreden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bijgetreden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bijgetreden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bijgetreden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bijgetreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bijgetreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bijgetreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bijgetreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bijgetreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bijgetreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bijgetreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bijgetreden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bijgetreden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bijgetreden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bijgetreden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bijgetreden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bijgetreden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bijgetreden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgetreden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bijgetreden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgetreden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bijgetreden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bijtreden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bijtreden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bijtreden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bijtreden | bijzin, toekomende tijd |
| zijn bijgetreden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn bijgetreden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bijgetreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bijgetreden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bijgetreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bijgetreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgetreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bijgetreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgetreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgetreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgetreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bijtreden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bijtreden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bijtreden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bijtreden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) bijtreden bij zou(dt) treden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden bijgetreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bijgetreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bijgetreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijgetreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bijgetreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bijgetreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijtreden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bijtreden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bijtreden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bijtreden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt bijgetreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijgetreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijtreden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bijtreden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen bijgetreden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bijgetreden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bijgetreden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijgetreden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bijgetreden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bijgetreden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijtreden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bijtreden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bijtreden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bijtreden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bijtreden | bijzin, toekomende tijd |
| zult bijgetreden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bijgetreden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bijtreden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bijtreden | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal bijtreden bij zult/zal treden | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van bij en treden
Woordfamilie van bijtreden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijgetreden | voltooid deelwoord | bijtreden |
| bijtrad | subordinate-clause, verleden tijd | bijtreden |
| bijtraden | subordinate-clause, verleden tijd | bijtreden |
| bijtrede | with-subordinate-clause | bijtreden |
| bijtredend | onvoltooid deelwoord | bijtreden |
| bijtredende | woordvorm | bijtreden |
| bijtreed | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bijtreden |
| bijtreedt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bijtreden |
| trad bij | verleden tijd | bijtreden |
| traden bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bijtreden |
| trede bij | woordvorm | bijtreden |
| treden bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | bijtreden |
| treed bij | gebiedende wijs | bijtreden |
| treedt bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bijtreden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijtreden zijn vastgelegd.