Naar de inhoud

bijtreden

bijvallen, zich aansluiten bij

bijtreden

werkwoord

Betekenis

  1. bijvallen, zich aansluiten bij
  2. tot iemand of tot iets toetreden

Vervoeging van bijtreden

bijtredenhele werkwoord — trad bijverleden tijd enkelvoud — traden bijverleden tijd meervoud — bijgetredenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik treed bij trad bij
jij treedt bij trad bij
hij, zij, het treedt bij trad bij
wij treden bij traden bij
jullie treden bij traden bij
zij treden bij traden bij
Alle 118 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bijgetreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bijgetreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bij te treden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bij te zullen treden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bij zal treden bijzin, toekomende tijd
bij zou treden bijzin, voorwaardelijk
bij zouden treden bijzin, voorwaardelijk
bij zoudt treden bijzin, voorwaardelijk
bij zullen treden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bij zullen treden bijzin, toekomende tijd
bij zult treden bijzin, toekomende tijd
bijgetreden verleden tijd, deelwoord
bijgetreden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijgetreden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijgetreden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgetreden te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgetreden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgetreden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bijgetreden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bijgetreden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijgetreden zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijgetreden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijtrad bijzin, verleden tijd
bijtraden bijzin, verleden tijd
bijtredend onvoltooid, deelwoord
bijtreed bijzin, tegenwoordige tijd
bijtreedt bijzin, tegenwoordige tijd
er is bijgetreden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bijgetreden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bijgetreden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bijgetreden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bijgetreden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bijgetreden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bijgetreden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bijgetreden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
is bijgetreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bijgetreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn bijgetreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bijtreden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
trad bij verleden tijd
treed bij gebiedende wijs
waart bijgetreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijgetreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bijgetreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijgetreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bijgetreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bijgetreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bijgetreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bijgetreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bijgetreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bijgetreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bijgetreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bijgetreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bijgetreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bijgetreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bijgetreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bijgetreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bijgetreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bijgetreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bijgetreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bijgetreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bijgetreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgetreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bijgetreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgetreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bijgetreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijtreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bijtreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bijtreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bijtreden bijzin, toekomende tijd
zijn bijgetreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn bijgetreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bijgetreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bijgetreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bijgetreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bijgetreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgetreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bijgetreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijtreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bijtreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bijtreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bijtreden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) bijtreden bij zou(dt) treden bijzin, voorwaardelijk
zouden bijgetreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijgetreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijgetreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijgetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijgetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijgetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijtreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijtreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijtreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bijtreden bijzin, voorwaardelijk
zoudt bijgetreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijgetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijtreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bijtreden bijzin, voorwaardelijk
zullen bijgetreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijgetreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijgetreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijgetreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijgetreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijgetreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijtreden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bijtreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijtreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijtreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bijtreden bijzin, toekomende tijd
zult bijgetreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bijgetreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bijtreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bijtreden bijzin, toekomende tijd
zult/zal bijtreden bij zult/zal treden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van bij en treden

Woordfamilie van bijtreden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bijgetreden voltooid deelwoord bijtreden
bijtrad subordinate-clause, verleden tijd bijtreden
bijtraden subordinate-clause, verleden tijd bijtreden
bijtrede with-subordinate-clause bijtreden
bijtredend onvoltooid deelwoord bijtreden
bijtredende woordvorm bijtreden
bijtreed subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijtreden
bijtreedt subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijtreden
trad bij verleden tijd bijtreden
traden bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bijtreden
trede bij woordvorm bijtreden
treden bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon bijtreden
treed bij gebiedende wijs bijtreden
treedt bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bijtreden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijtreden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bijtreden

Wat betekent bijtreden?
Bijtreden is een werkwoord. Het woord betekent: bijvallen, zich aansluiten bij. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bijtreden?
Je vervoegt bijtreden als volgt: het voltooid deelwoord is bijgetreden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bijtreden is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. J 4
  4. T 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bijtreden levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. J 4
  4. T 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bijtreden in het kort

bijtreden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bijtreden zijn 73 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bijtreden bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bijtreden: bijvallen, zich aansluiten bij
Deel bijtreden — standaardnederlands.nl