Naar de inhoud

bijsnijden

aan wat reeds gesneden is toevoegen

bijsnijden

werkwoord

Betekenis

  1. aan wat reeds gesneden is toevoegen
  2. snijdend de gewenste vorm geven aan

werkwoord

  1. door te snijden de gewenste vorm geven aan transitive
  2. wijzigen, verbeteren transitive

Vervoeging van bijsnijden

bijsnijdenhele werkwoord — sneed bijverleden tijd enkelvoud — sneden bijverleden tijd meervoud — bijgesnedenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik snij bij sneed bij
jij snijdt bij sneed bij
hij, zij, het snijdt bij sneed bij
wij snijden bij sneden bij
jullie snijden bij sneden bij
zij snijden bij sneden bij
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bijgesneden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bijgesneden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bij te snijden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bij te zullen snijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bij zal snijden bijzin, toekomende tijd
bij zou snijden bijzin, voorwaardelijk
bij zouden snijden bijzin, voorwaardelijk
bij zoudt snijden bijzin, voorwaardelijk
bij zullen snijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bij zullen snijden bijzin, toekomende tijd
bij zult snijden bijzin, toekomende tijd
bijgesneden verleden tijd, deelwoord
bijgesneden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijgesneden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijgesneden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgesneden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgesneden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgesneden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bijgesneden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bijgesneden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijgesneden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijgesneden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijsneden bijzin, verleden tijd
bijsneed bijzin, verleden tijd
bijsnij bijzin, tegenwoordige tijd
bijsnijd bijzin, tegenwoordige tijd
bijsnijdend onvoltooid, deelwoord
bijsnijdt bijzin, tegenwoordige tijd
er is bijgesneden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bijgesneden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bijgesneden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bijgesneden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bijgesneden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bijgesneden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bijgesneden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bijgesneden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. snij bij/ snijd bij gebiedende wijs
had bijgesneden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bijgesneden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bijgesneden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bijgesneden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bijgesneden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bijgesneden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bijgesneden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bijgesneden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijgesneden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bijgesneden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijgesneden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bijgesneden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bijgesneden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijgesneden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijgesneden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bijgesneden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bijgesneden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sneed bij verleden tijd
te hebben bijgesneden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bijsnijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bijgesneden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijgesneden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bijgesneden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijgesneden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bijgesneden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bijgesneden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bijgesneden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bijgesneden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bijgesneden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bijgesneden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bijgesneden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bijgesneden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bijgesneden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bijgesneden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bijgesneden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bijgesneden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bijgesneden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bijgesneden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bijgesneden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bijgesneden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bijgesneden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgesneden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bijgesneden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijgesneden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgesneden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bijgesneden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgesneden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijsnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bijsnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bijsnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bijsnijden bijzin, toekomende tijd
zijn bijgesneden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bijgesneden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bijgesneden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bijgesneden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bijgesneden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgesneden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgesneden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijgesneden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgesneden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bijgesneden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgesneden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgesneden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgesneden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijsnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bijsnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bijsnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bijsnijden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) bijsnijden bij zou(dt) snijden bijzin, voorwaardelijk
zouden bijgesneden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijgesneden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijgesneden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijgesneden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijgesneden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijgesneden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijgesneden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijgesneden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijgesneden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijsnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijsnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijsnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bijsnijden bijzin, voorwaardelijk
zoudt bijgesneden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijgesneden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijgesneden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijsnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bijsnijden bijzin, voorwaardelijk
zullen bijgesneden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijgesneden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijgesneden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijgesneden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijgesneden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijgesneden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijgesneden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijgesneden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijgesneden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijsnijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bijsnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijsnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijsnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bijsnijden bijzin, toekomende tijd
zult bijgesneden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van bij en snijden ww

Woordfamilie van bijsnijden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bijgesneden voltooid deelwoord bijsnijden
bijsneden subordinate-clause, verleden tijd bijsnijden
bijsneed subordinate-clause, verleden tijd bijsnijden
bijsnij subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijsnijden
bijsnijd subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijsnijden
bijsnijde with-subordinate-clause bijsnijden
bijsnijdend onvoltooid deelwoord bijsnijden
bijsnijdende woordvorm bijsnijden
bijsnijdt subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijsnijden
sneden bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bijsnijden
sneed bij verleden tijd bijsnijden
snij bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon bijsnijden
snijd bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon bijsnijden
snijde bij woordvorm bijsnijden
snijden bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon bijsnijden
snijdt bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bijsnijden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijsnijden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bijsnijden

Wat is de betekenis van bijsnijden?
Bijsnijden is een werkwoord. De betekenis is: aan wat reeds gesneden is toevoegen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bijsnijden?
Zo vervoeg je bijsnijden zo: het voltooid deelwoord is bijgesneden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bijsnijden is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. J 4
  4. S 2
  5. N 1
  6. I 1
  7. J 4
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bijsnijden levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. J 4
  4. S 2
  5. N 1
  6. I 2
  7. J 4
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 zonder bonus
  12. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bijsnijden in het kort

bijsnijden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bijsnijden staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bijsnijden bij een woordfamilie van 16 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bijsnijden: aan wat reeds gesneden is toevoegen
Deel bijsnijden — standaardnederlands.nl