bijspelen
werkwoordBetekenis
- een kaart bijspelen: een kaart op tafel leggen als er al één of meer kaarten op tafel liggen
Vervoeging van bijspelen
bijspelenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van bij bw en spelen ww
Woordfamilie van bijspelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijgespeeld | woordvorm | bijspelen |
| bijgespeelde | woordvorm | bijspelen |
| bijspeel | with-subordinate-clause | bijspelen |
| bijspeelde | with-subordinate-clause | bijspelen |
| bijspeelden | with-subordinate-clause | bijspelen |
| bijspeelt | with-subordinate-clause | bijspelen |
| bijspele | with-subordinate-clause | bijspelen |
| bijspelend | woordvorm | bijspelen |
| bijspelende | woordvorm | bijspelen |
| speel bij | woordvorm | bijspelen |
| speelde bij | woordvorm | bijspelen |
| speelden bij | woordvorm | bijspelen |
| speelt bij | woordvorm | bijspelen |
| spele bij | woordvorm | bijspelen |
| spelen bij | woordvorm | bijspelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijspelen zijn vastgelegd.