Naar de inhoud

bijsluiten

toevoegen alvorens af te sluiten

bijsluiten

werkwoord

Betekenis

  1. toevoegen alvorens af te sluiten

Vervoeging van bijsluiten

bijsluitenhele werkwoord — sloot bijverleden tijd enkelvoud — sloten bijverleden tijd meervoud — bijgeslotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sluit bij sloot bij
jij sluit bij sloot bij
hij, zij, het sluit bij sloot bij
wij sluiten bij sloten bij
jullie sluiten bij sloten bij
zij sluiten bij sloten bij
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bijgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bijgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bij te sluiten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bij te zullen sluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bij zal sluiten bijzin, toekomende tijd
bij zou sluiten bijzin, voorwaardelijk
bij zouden sluiten bijzin, voorwaardelijk
bij zoudt sluiten bijzin, voorwaardelijk
bij zullen sluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bij zullen sluiten bijzin, toekomende tijd
bij zult sluiten bijzin, toekomende tijd
bijgesloten verleden tijd, deelwoord
bijgesloten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijgesloten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijgesloten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgesloten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgesloten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgesloten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bijgesloten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bijgesloten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijgesloten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijgesloten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijsloot bijzin, verleden tijd
bijsloten bijzin, verleden tijd
bijsluit bijzin, tegenwoordige tijd
bijsluitend onvoltooid, deelwoord
er is bijgesloten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bijgesloten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bijgesloten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bijgesloten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bijgesloten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bijgesloten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bijgesloten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bijgesloten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bijgesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bijgesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bijgesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bijgesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bijgesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bijgesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bijgesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bijgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijgesloten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bijgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bijgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bijgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bijgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bijgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sloot bij verleden tijd
sluit bij gebiedende wijs
te hebben bijgesloten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bijsluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bijgesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijgesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bijgesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijgesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bijgesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bijgesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bijgesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bijgesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bijgesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bijgesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bijgesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bijgesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bijgesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bijgesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bijgesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bijgesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bijgesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bijgesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bijgesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bijgesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bijgesloten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgesloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bijgesloten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bijgesloten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgesloten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bijsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bijsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bijsluiten bijzin, toekomende tijd
zijn bijgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bijgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bijgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bijgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bijgesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bijgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bijsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bijsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bijsluiten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) bijsluiten bij zou(dt) sluiten bijzin, voorwaardelijk
zouden bijgesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijgesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijgesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijgesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijgesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijgesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bijsluiten bijzin, voorwaardelijk
zoudt bijgesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijgesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bijsluiten bijzin, voorwaardelijk
zullen bijgesloten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijgesloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijgesloten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijgesloten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijgesloten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijgesloten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijsluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bijsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bijsluiten bijzin, toekomende tijd
zult bijgesloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bijgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van bij en sluiten

Woordfamilie van bijsluiten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bijgesloten voltooid deelwoord bijsluiten
bijsloot subordinate-clause, verleden tijd bijsluiten
bijsloten subordinate-clause, verleden tijd bijsluiten
bijsluit subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijsluiten
bijsluite with-subordinate-clause bijsluiten
bijsluitend onvoltooid deelwoord bijsluiten
bijsluitende woordvorm bijsluiten
sloot bij verleden tijd bijsluiten
sloten bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bijsluiten
sluit bij gebiedende wijs bijsluiten
sluite bij woordvorm bijsluiten
sluiten bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon bijsluiten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijsluiten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bijsluiten

Wat betekent bijsluiten?
Bijsluiten is een werkwoord. Het woord betekent: toevoegen alvorens af te sluiten.
Hoe vervoeg je bijsluiten?
Je vervoegt bijsluiten als volgt: het voltooid deelwoord is bijgesloten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bijsluiten is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. J 4
  4. S 2
  5. L 3
  6. U 4
  7. I 1
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bijsluiten levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. J 4
  4. S 2
  5. L 3
  6. U 2
  7. I 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 zonder bonus
  12. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bijsluiten in het kort

bijsluiten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bijsluiten zijn 86 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bijsluiten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bijsluiten: toevoegen alvorens af te sluiten
Deel bijsluiten — standaardnederlands.nl