bijsluiten
werkwoordBetekenis
- toevoegen alvorens af te sluiten
Vervoeging van bijsluiten
bijsluitenhele werkwoord — sloot bijverleden tijd enkelvoud — sloten bijverleden tijd meervoud — bijgeslotenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sluit bij | sloot bij |
| jij | sluit bij | sloot bij |
| hij, zij, het | sluit bij | sloot bij |
| wij | sluiten bij | sloten bij |
| jullie | sluiten bij | sloten bij |
| zij | sluiten bij | sloten bij |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bijgesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bijgesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bij te sluiten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bij te zullen sluiten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bij zal sluiten | bijzin, toekomende tijd |
| bij zou sluiten | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zouden sluiten | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zoudt sluiten | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zullen sluiten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bij zullen sluiten | bijzin, toekomende tijd |
| bij zult sluiten | bijzin, toekomende tijd |
| bijgesloten | verleden tijd, deelwoord |
| bijgesloten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bijgesloten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bijgesloten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgesloten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgesloten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgesloten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bijgesloten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bijgesloten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijgesloten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijgesloten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijsloot | bijzin, verleden tijd |
| bijsloten | bijzin, verleden tijd |
| bijsluit | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bijsluitend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bijgesloten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bijgesloten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bijgesloten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bijgesloten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bijgesloten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bijgesloten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bijgesloten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bijgesloten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bijgesloten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bijgesloten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bijgesloten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bijgesloten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bijgesloten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bijgesloten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bijgesloten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bijgesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bijgesloten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bijgesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bijgesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bijgesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bijgesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bijgesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bijgesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bijgesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bijgesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sloot bij | verleden tijd |
| sluit bij | gebiedende wijs |
| te hebben bijgesloten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bijsluiten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bijgesloten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bijgesloten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bijgesloten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bijgesloten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bijgesloten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bijgesloten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bijgesloten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bijgesloten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bijgesloten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bijgesloten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bijgesloten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bijgesloten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bijgesloten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bijgesloten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bijgesloten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bijgesloten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bijgesloten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bijgesloten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bijgesloten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bijgesloten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bijgesloten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgesloten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bijgesloten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bijgesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bijgesloten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgesloten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bijsluiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bijsluiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bijsluiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bijsluiten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn bijgesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bijgesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bijgesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bijgesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bijgesloten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgesloten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgesloten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bijgesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bijgesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgesloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgesloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgesloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bijsluiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bijsluiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bijsluiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bijsluiten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) bijsluiten bij zou(dt) sluiten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden bijgesloten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bijgesloten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bijgesloten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijgesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bijgesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bijgesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijgesloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bijgesloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bijgesloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijsluiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bijsluiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bijsluiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bijsluiten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt bijgesloten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijgesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijgesloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijsluiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bijsluiten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen bijgesloten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bijgesloten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bijgesloten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijgesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bijgesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bijgesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijgesloten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bijgesloten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bijgesloten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijsluiten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bijsluiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bijsluiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bijsluiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bijsluiten | bijzin, toekomende tijd |
| zult bijgesloten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bijgesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van bij en sluiten
Woordfamilie van bijsluiten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijgesloten | voltooid deelwoord | bijsluiten |
| bijsloot | subordinate-clause, verleden tijd | bijsluiten |
| bijsloten | subordinate-clause, verleden tijd | bijsluiten |
| bijsluit | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bijsluiten |
| bijsluite | with-subordinate-clause | bijsluiten |
| bijsluitend | onvoltooid deelwoord | bijsluiten |
| bijsluitende | woordvorm | bijsluiten |
| sloot bij | verleden tijd | bijsluiten |
| sloten bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bijsluiten |
| sluit bij | gebiedende wijs | bijsluiten |
| sluite bij | woordvorm | bijsluiten |
| sluiten bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | bijsluiten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijsluiten zijn vastgelegd.