bijsloffen
werkwoordBetekenis
- als je eigenlijk te traag bent om de snelheid van anderen bij te houden (niet alleen fysiek maar ook geestelijk)
Vervoeging van bijsloffen
bijsloffenhele werkwoord — slofte bijverleden tijd enkelvoud — sloften bijverleden tijd meervoud — bijgesloftvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | slof bij | slofte bij |
| jij | sloft bij | slofte bij |
| hij, zij, het | sloft bij | slofte bij |
| wij | sloffen bij | sloften bij |
| jullie | sloffen bij | sloften bij |
| zij | sloffen bij | sloften bij |
Alle 46 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bij te sloffen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bij te zullen sloffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bij zal sloffen | bijzin, toekomende tijd |
| bij zou sloffen | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zouden sloffen | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zoudt sloffen | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zullen sloffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bij zullen sloffen | bijzin, toekomende tijd |
| bij zult sloffen | bijzin, toekomende tijd |
| bijgesloft | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bijgesloft | verleden tijd, deelwoord |
| bijgesloft te zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgesloft zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijslof | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bijsloffend | onvoltooid, deelwoord |
| bijsloft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bijslofte | bijzin, verleden tijd |
| bijsloften | bijzin, verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| slof bij | gebiedende wijs |
| slofte bij | verleden tijd |
| te bijgesloft | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bijsloffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bijsloffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bijsloffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bijsloffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bijsloffen | bijzin, toekomende tijd |
| zou bijsloffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bijsloffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bijsloffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bijsloffen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) bijsloffen bij zou(dt) sloffen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden bijsloffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bijsloffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bijsloffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bijsloffen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt bijsloffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bijsloffen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen bijsloffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bijsloffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bijsloffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bijsloffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bijsloffen | bijzin, toekomende tijd |
| zult bijsloffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bijsloffen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal bijsloffen bij zult/zal sloffen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van bij en sloffen
Woordfamilie van bijsloffen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijgesloft | voltooid deelwoord | bijsloffen |
| bijslof | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bijsloffen |
| bijsloffe | with-subordinate-clause | bijsloffen |
| bijsloffend | onvoltooid deelwoord | bijsloffen |
| bijsloffende | woordvorm | bijsloffen |
| bijsloft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bijsloffen |
| bijslofte | subordinate-clause, verleden tijd | bijsloffen |
| bijsloften | subordinate-clause, verleden tijd | bijsloffen |
| slof bij | gebiedende wijs | bijsloffen |
| sloffe bij | woordvorm | bijsloffen |
| sloffen bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | bijsloffen |
| sloft bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bijsloffen |
| slofte bij | verleden tijd | bijsloffen |
| sloften bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bijsloffen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijsloffen zijn vastgelegd.