Naar de inhoud

bijschuiven

een voorwerp zoals een stoel over de grond schuiven om deze bij andere te voegen

bijschuiven

werkwoord

Betekenis

  1. een voorwerp zoals een stoel over de grond schuiven om deze bij andere te voegen
  2. zich bij een zittend gezelschap voegen

Vervoeging van bijschuiven

bijschuivenhele werkwoord — schoof bijverleden tijd enkelvoud — schoven bijverleden tijd meervoud — bijgeschovenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schuif bij schoof bij
jij schuift bij schoof bij
hij, zij, het schuift bij schoof bij
wij schuiven bij schoven bij
jullie schuiven bij schoven bij
zij schuiven bij schoven bij
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bijgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bijgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bij te schuiven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bij te zullen schuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bij zal schuiven bijzin, toekomende tijd
bij zou schuiven bijzin, voorwaardelijk
bij zouden schuiven bijzin, voorwaardelijk
bij zoudt schuiven bijzin, voorwaardelijk
bij zullen schuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bij zullen schuiven bijzin, toekomende tijd
bij zult schuiven bijzin, toekomende tijd
bijgeschoven verleden tijd, deelwoord
bijgeschoven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijgeschoven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijgeschoven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgeschoven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgeschoven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgeschoven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bijgeschoven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bijgeschoven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijgeschoven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijgeschoven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijschoof bijzin, verleden tijd
bijschoven bijzin, verleden tijd
bijschuif bijzin, tegenwoordige tijd
bijschuift bijzin, tegenwoordige tijd
bijschuivend onvoltooid, deelwoord
er is bijgeschoven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bijgeschoven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bijgeschoven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bijgeschoven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bijgeschoven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bijgeschoven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bijgeschoven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bijgeschoven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bijgeschoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bijgeschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bijgeschoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bijgeschoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bijgeschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bijgeschoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bijgeschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bijgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijgeschoven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bijgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bijgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bijgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bijgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bijgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schoof bij verleden tijd
schuif bij gebiedende wijs
te hebben bijgeschoven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bijschuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bijgeschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijgeschoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bijgeschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijgeschoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bijgeschoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bijgeschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bijgeschoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bijgeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bijgeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bijgeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bijgeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bijgeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bijgeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bijgeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bijgeschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bijgeschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bijgeschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bijgeschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bijgeschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bijgeschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bijgeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bijgeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bijgeschoven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgeschoven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bijschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bijschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bijschuiven bijzin, toekomende tijd
zijn bijgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bijgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bijgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bijgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bijgeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bijgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bijschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bijschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bijschuiven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) bijschuiven bij zou(dt) schuiven bijzin, voorwaardelijk
zouden bijgeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijgeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijgeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijgeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijgeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijgeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bijschuiven bijzin, voorwaardelijk
zoudt bijgeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijgeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bijschuiven bijzin, voorwaardelijk
zullen bijgeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijgeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijgeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijgeschoven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijgeschoven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijgeschoven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijschuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bijschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bijschuiven bijzin, toekomende tijd
zult bijgeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van bij en schuiven

Woordfamilie van bijschuiven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bijgeschoven voltooid deelwoord bijschuiven
bijschoof subordinate-clause, verleden tijd bijschuiven
bijschoven subordinate-clause, verleden tijd bijschuiven
bijschuif subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijschuiven
bijschuift subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijschuiven
bijschuive with-subordinate-clause bijschuiven
bijschuivend onvoltooid deelwoord bijschuiven
bijschuivende woordvorm bijschuiven
schoof bij verleden tijd bijschuiven
schoven bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bijschuiven
schuif bij gebiedende wijs bijschuiven
schuift bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bijschuiven
schuive bij woordvorm bijschuiven
schuiven bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon bijschuiven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijschuiven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bijschuiven

Wat betekent bijschuiven?
Bijschuiven is een werkwoord. Het woord betekent: een voorwerp zoals een stoel over de grond schuiven om deze bij andere te voegen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bijschuiven?
Je vervoegt bijschuiven als volgt: het voltooid deelwoord is bijgeschoven. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bijschuiven is 30 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. J 4
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. U 4
  8. I 1
  9. V 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 30 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bijschuiven levert met Wordfeud minimaal 31 en maximaal 123 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. J 4
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. U 2
  8. I 2
  9. V 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 31 zonder bonus
  13. 123 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bijschuiven in het kort

bijschuiven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bijschuiven zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bijschuiven bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bijschuiven: een voorwerp zoals een stoel over de grond schuiven om deze bij andere te voegen
Deel bijschuiven — standaardnederlands.nl