bijlichten
werkwoord ˈbɛilɪxtə(n)Betekenis
- licht laten schijnen op de handen van iemand die ergens mee bezig is
Hoe spreek je bijlichten uit?
/ˈbɛilɪxtən/
Bijlichten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛi | trein |
| l | land |
| ɪ | pit |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- licht laten schijnen op de handen of de activiteit van iemand die ergens mee bezig is transitive
- met kunstmatige lichtbronnen iets beter in beeld brengen transitive
- iemand voorzien van informatie die hij voor een bepaald doel nodig heeft figuratively, transitive
Vervoeging van bijlichten
bijlichtenhele werkwoord — lichtte bijverleden tijd enkelvoud — lichtten bijverleden tijd meervoud — bijgelichtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | licht bij | lichtte bij |
| jij | licht bij | lichtte bij |
| hij, zij, het | licht bij | lichtte bij |
| wij | lichten bij | lichtten bij |
| jullie | lichten bij | lichtten bij |
| zij | lichten bij | lichtten bij |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bijgelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bijgelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bij te lichten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bij te zullen lichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bij zal lichten | bijzin, toekomende tijd |
| bij zou lichten | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zouden lichten | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zoudt lichten | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zullen lichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bij zullen lichten | bijzin, toekomende tijd |
| bij zult lichten | bijzin, toekomende tijd |
| bijgelicht | verleden tijd, deelwoord |
| bijgelicht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bijgelicht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bijgelicht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgelicht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgelicht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgelicht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bijgelicht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bijgelicht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijgelicht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijgelicht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijlicht | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bijlichtend | onvoltooid, deelwoord |
| bijlichtte | bijzin, verleden tijd |
| bijlichtten | bijzin, verleden tijd |
| er is bijgelicht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bijgelicht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bijgelicht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bijgelicht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bijgelicht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bijgelicht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bijgelicht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bijgelicht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bijgelicht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bijgelicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bijgelicht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bijgelicht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bijgelicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bijgelicht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bijgelicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bijgelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bijgelicht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bijgelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bijgelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bijgelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bijgelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bijgelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bijgelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bijgelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bijgelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| licht bij | gebiedende wijs |
| lichtte bij | verleden tijd |
| te hebben bijgelicht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bijlichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bijgelicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bijgelicht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bijgelicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bijgelicht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bijgelicht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bijgelicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bijgelicht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bijgelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bijgelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bijgelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bijgelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bijgelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bijgelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bijgelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bijgelicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bijgelicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bijgelicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bijgelicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bijgelicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bijgelicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bijgelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bijgelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bijgelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bijgelicht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgelicht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bijlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bijlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bijlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bijlichten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn bijgelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bijgelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bijgelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bijgelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bijgelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bijgelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bijgelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bijlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bijlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bijlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bijlichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) bijlichten bij zou(dt) lichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden bijgelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bijgelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bijgelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijgelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bijgelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bijgelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijgelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bijgelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bijgelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bijlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bijlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bijlichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt bijgelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijgelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijgelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bijlichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen bijgelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bijgelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bijgelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijgelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bijgelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bijgelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijgelicht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bijgelicht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bijgelicht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijlichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bijlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bijlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bijlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bijlichten | bijzin, toekomende tijd |
| zult bijgelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bijgelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van bij bw en lichten ww
Woordfamilie van bijlichten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijgelicht | voltooid deelwoord | bijlichten |
| bijgelichte | woordvorm | bijlichten |
| bijlicht | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bijlichten |
| bijlichte | with-subordinate-clause | bijlichten |
| bijlichtend | onvoltooid deelwoord | bijlichten |
| bijlichtende | woordvorm | bijlichten |
| bijlichtte | subordinate-clause, verleden tijd | bijlichten |
| bijlichtten | subordinate-clause, verleden tijd | bijlichten |
| licht bij | gebiedende wijs | bijlichten |
| lichte bij | woordvorm | bijlichten |
| lichten bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | bijlichten |
| lichtte bij | verleden tijd | bijlichten |
| lichtten bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bijlichten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijlichten zijn vastgelegd.