bijliggen
werkwoordBetekenis
- van een schip dat met het dwars op de wind laat varen
Vervoeging van bijliggen
bijliggenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van bij bw en liggen ww
Woordfamilie van bijliggen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijgelegen | woordvorm | bijliggen |
| bijlag | with-subordinate-clause | bijliggen |
| bijlig | with-subordinate-clause | bijliggen |
| bijligge | with-subordinate-clause | bijliggen |
| bijliggend | woordvorm | bijliggen |
| bijliggende | woordvorm | bijliggen |
| bijligt | with-subordinate-clause | bijliggen |
| lag bij | woordvorm | bijliggen |
| lagen bij | woordvorm | bijliggen |
| lig bij | woordvorm | bijliggen |
| ligge bij | woordvorm | bijliggen |
| liggen bij | woordvorm | bijliggen |
| ligt bij | woordvorm | bijliggen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijliggen zijn vastgelegd.