Naar de inhoud

bijeenrapen

verzamelen door op te pakken

bijeenrapen

werkwoord bɛiˈenrapə(n)

Betekenis

  1. verzamelen door op te pakken
  2. verzamelen zonder erg kieskeurig te kunnen zijn

Hoe spreek je bijeenrapen uit?

/bɛiˈenrapən/

Bijeenrapen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bɛiˈenrapən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ɛi trein
e veel
n nek
r rood
a maan
p pak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bijeenrapen

bijeenrapenhele werkwoord — raapte bijeenverleden tijd enkelvoud — raapten bijeenverleden tijd meervoud — bijeengeraaptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik raap bijeen raapte bijeen
jij raapt bijeen raapte bijeen
hij, zij, het raapt bijeen raapte bijeen
wij rapen bijeen raapten bijeen
jullie rapen bijeen raapten bijeen
zij rapen bijeen raapten bijeen
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bijeengeraapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bijeengeraapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bijeen te rapen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijeen te zullen rapen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijeen zal rapen bijzin, toekomende tijd
bijeen zou rapen bijzin, voorwaardelijk
bijeen zouden rapen bijzin, voorwaardelijk
bijeen zoudt rapen bijzin, voorwaardelijk
bijeen zullen rapen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijeen zullen rapen bijzin, toekomende tijd
bijeen zult rapen bijzin, toekomende tijd
bijeengeraapt verleden tijd, deelwoord
bijeengeraapt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijeengeraapt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijeengeraapt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijeengeraapt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijeengeraapt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijeengeraapt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bijeengeraapt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bijeengeraapt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijeengeraapt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijeengeraapt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijeenraap bijzin, tegenwoordige tijd
bijeenraapt bijzin, tegenwoordige tijd
bijeenraapte bijzin, verleden tijd
bijeenraapten bijzin, verleden tijd
bijeenrapend onvoltooid, deelwoord
er is bijeengeraapt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bijeengeraapt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bijeengeraapt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bijeengeraapt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bijeengeraapt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bijeengeraapt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bijeengeraapt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bijeengeraapt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bijeengeraapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bijeengeraapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bijeengeraapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bijeengeraapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bijeengeraapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bijeengeraapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bijeengeraapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bijeengeraapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijeengeraapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bijeengeraapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijeengeraapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bijeengeraapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bijeengeraapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijeengeraapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijeengeraapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bijeengeraapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bijeengeraapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
raap bijeen gebiedende wijs
raapte bijeen verleden tijd
te hebben bijeengeraapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bijeenrapen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bijeengeraapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijeengeraapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bijeengeraapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijeengeraapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bijeengeraapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bijeengeraapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bijeengeraapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bijeengeraapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bijeengeraapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bijeengeraapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bijeengeraapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bijeengeraapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bijeengeraapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bijeengeraapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bijeengeraapt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bijeengeraapt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bijeengeraapt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bijeengeraapt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bijeengeraapt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bijeengeraapt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bijeengeraapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijeengeraapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bijeengeraapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijeengeraapt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijeengeraapt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bijeengeraapt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijeengeraapt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijeenrapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bijeenrapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bijeenrapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bijeenrapen bijzin, toekomende tijd
zijn bijeengeraapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bijeengeraapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bijeengeraapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bijeengeraapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bijeengeraapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijeengeraapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijeengeraapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijeengeraapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijeengeraapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bijeengeraapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijeengeraapt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijeengeraapt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijeengeraapt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijeenrapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bijeenrapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bijeenrapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bijeenrapen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) bijeenrapen bijeen zou(dt) rapen bijzin, voorwaardelijk
zouden bijeengeraapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijeengeraapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijeengeraapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijeengeraapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijeengeraapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijeengeraapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijeengeraapt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijeengeraapt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijeengeraapt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijeenrapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijeenrapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijeenrapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bijeenrapen bijzin, voorwaardelijk
zoudt bijeengeraapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijeengeraapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijeengeraapt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijeenrapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bijeenrapen bijzin, voorwaardelijk
zullen bijeengeraapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijeengeraapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijeengeraapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijeengeraapt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijeengeraapt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijeengeraapt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijeengeraapt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijeengeraapt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijeengeraapt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijeenrapen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bijeenrapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijeenrapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijeenrapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bijeenrapen bijzin, toekomende tijd
zult bijeengeraapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van bijeen bw en rapen ww

Woordfamilie van bijeenrapen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bijeengeraapt voltooid deelwoord bijeenrapen
bijeengeraapte woordvorm bijeenrapen
bijeenraap subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijeenrapen
bijeenraapt subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijeenrapen
bijeenraapte subordinate-clause, verleden tijd bijeenrapen
bijeenraapten subordinate-clause, verleden tijd bijeenrapen
bijeenrape with-subordinate-clause bijeenrapen
bijeenrapend onvoltooid deelwoord bijeenrapen
bijeenrapende woordvorm bijeenrapen
raap bijeen gebiedende wijs bijeenrapen
raapt bijeen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bijeenrapen
raapte bijeen verleden tijd bijeenrapen
raapten bijeen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bijeenrapen
rape bijeen woordvorm bijeenrapen
rapen bijeen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon bijeenrapen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijeenrapen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bijeenrapen

Hoe spreek je bijeenrapen uit?
De uitspraak van bijeenrapen is: /bɛiˈenrapə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent bijeenrapen?
Bijeenrapen is een werkwoord. Het woord betekent: verzamelen door op te pakken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bijeenrapen?
Je vervoegt bijeenrapen als volgt: het voltooid deelwoord is bijeengeraapt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bijeenrapen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. J 4
  4. E 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. R 2
  8. A 1
  9. P 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bijeenrapen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. J 4
  4. E 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. R 2
  8. A 1
  9. P 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bijeenrapen in het kort

bijeenrapen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bijeenrapen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bijeenrapen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bijeenrapen: verzamelen door op te pakken
Deel bijeenrapen — standaardnederlands.nl