Naar de inhoud

bietsen

bedelen om, (iets) afbedelen, klaplopen (heel vaak sigaretten)

bietsen

werkwoord

Betekenis

  1. bedelen om, (iets) afbedelen, klaplopen (heel vaak sigaretten)
  2. (iets) 'lenen' en niet teruggeven

werkwoord

  1. bedelen om, (iets) afbedelen, klaplopen (vaak voor sigaretten) informal, transitive
  2. 'lenen' en niet teruggeven informal, transitive

Vervoeging van bietsen

bietsenhele werkwoord — bietsteverleden tijd enkelvoud — bietstenverleden tijd meervoud — gebietstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik biets bietste
jij bietst bietste
hij, zij, het bietst bietste
wij bietsen bietsten
jullie bietsen bietsten
zij bietsen bietsten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
biets gebiedende wijs
bietse aanvoegende wijs
bietsend onvoltooid, deelwoord
bietste verleden tijd
er is gebietst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebietst impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebietst impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebietst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebietst worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebietst zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebietst worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebietst zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebietst verleden tijd, deelwoord
gebietst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebietst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebietst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebietst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebietst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebietst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebietst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebietst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebietst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebietst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebietst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebietst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebietst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebietst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebietst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebietst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebietst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bietsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebietst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bietsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebietst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebietst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebietst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou bietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebietst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebietst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebietst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebietst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebietst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebietst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebietst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bietsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebietst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebietst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebietst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebietst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van het Amerikaans-Engels beachcomber “werkloze matroos die in de haven rondhangt” , in de betekenis van ‘bedelen’ voor het eerst aangetroffen in 1950

Woordfamilie van bietsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
biets gebiedende wijs bietsen
bietse aanvoegende wijs bietsen
bietsend onvoltooid deelwoord bietsen
bietsende woordvorm bietsen
bietst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bietsen
bietste verleden tijd bietsen
bietsten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bietsen
gebietst voltooid deelwoord bietsen
gebietste woordvorm bietsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bietsen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over bietsen

Wat betekent bietsen?
Bietsen is een werkwoord. Het woord betekent: bedelen om, (iets) afbedelen, klaplopen (heel vaak sigaretten). Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bietsen?
Je vervoegt bietsen als volgt: de tegenwoordige tijd is biets, de verleden tijd is bietste en het voltooid deelwoord is gebietst. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bietsen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bietsen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. E 1
  4. T 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

bietsen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

bietsen in het kort

bietsen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bietsen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bietsen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bietsen: bedelen om, (iets) afbedelen, klaplopen (heel vaak sigaretten)
Deel bietsen — standaardnederlands.nl