bietenstroop
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een donkerbruine stroop die wordt verkregen door het gedurende enige tijd laten koken van het sap van suikerbieten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bietenstroopje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bietenstroopjes | verkleinwoord, meervoud |
| bietenstropen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van biet en stroop met het invoegsel -en-
Woordfamilie van bietenstroop
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bietenstroopje | verkleinwoord | bietenstroop |
| bietenstroopjes | verkleinwoord meervoud | bietenstroop |
| bietenstropen | meervoud | bietenstroop |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bietenstroop zijn vastgelegd.