broodbezorger
zelfstandig naamwoord ˈbrodbəˌzɔrɣərBetekenis
- iemand die brood aan huis bij de kopers aflevert
- iemand die in een instelling waar mensen verbleven over de opslag en verdeling van brood ging
Hoe spreek je broodbezorger uit?
/ˈbrodbəˌzɔrxər/
Broodbezorger bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| o | boot |
| d | dak |
| ə | de |
| z | zon |
| ɔ | bot |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| broodbezorgers | meervoud |
Herkomst
samenstelling van brood zn en bezorger zn **[2] "bezorger" in de oude betekenis: iemand die ergens voor zorgt
Woordfamilie van broodbezorger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| broodbezorgers | meervoud | broodbezorger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van broodbezorger zijn vastgelegd.