boomverzorger
zelfstandig naamwoord ˈbomvərˌzɔrɣərBetekenis
- iemand die zich bezig houdt met de aanplant, gezondheid, veiligheid en het verwijderen van bomen
Hoe spreek je boomverzorger uit?
/ˈbomvərˌzɔrxər/
Boomverzorger bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| o | boot |
| m | maan |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| z | zon |
| ɔ | bot |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boomverzorgers | meervoud |
| boomverzorgertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boomverzorgertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van boom en verzorger
Woordfamilie van boomverzorger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boomverzorgers | meervoud | boomverzorger |
| boomverzorgertje | verkleinwoord | boomverzorger |
| boomverzorgertjes | verkleinwoord meervoud | boomverzorger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boomverzorger zijn vastgelegd.