bezingen
werkwoordBetekenis
- over een bepaald onderwerp zingen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van bezingen
bezingenhele werkwoord — bezongverleden tijd enkelvoud — bezongenverleden tijd meervoud — bezongenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bezing | bezong |
| jij | bezingt | bezong |
| hij, zij, het | bezingt | bezong |
| wij | bezingen | bezongen |
| jullie | bezingen | bezongen |
| zij | bezingen | bezongen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bezing | gebiedende wijs |
| bezinge | aanvoegende wijs |
| bezingend | onvoltooid, deelwoord |
| bezong | verleden tijd |
| bezongen | verleden tijd, deelwoord |
| bezongen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bezongen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bezongen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bezongen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bezongen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bezongen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bezongen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bezongen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bezongen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bezongen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| er is bezongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bezongen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bezongen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bezongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bezongen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bezongen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bezongen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bezongen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bezongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bezongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bezongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bezongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bezongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bezongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bezongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bezongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bezingen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bezongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bezingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bezongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bezongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bezongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bezongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bezongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bezongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bezongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bezongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bezongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bezongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bezongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bezongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bezongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bezingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bezingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bezingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bezongen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bezongen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bezingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bezingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bezingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bezongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bezongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bezongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bezingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bezingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bezingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bezongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bezongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bezongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bezingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bezongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bezingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bezingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bezingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bezingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bezongen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bezongen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bezongen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bezingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bezongen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van zingen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bezingen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bezing | gebiedende wijs | bezingen |
| bezinge | aanvoegende wijs | bezingen |
| bezingend | onvoltooid deelwoord | bezingen |
| bezingende | woordvorm | bezingen |
| bezingt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bezingen |
| bezong | verleden tijd | bezingen |
| bezongen | voltooid deelwoord | bezingen |
| bezongt | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | bezingen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezingen zijn vastgelegd.