Naar de inhoud

bezingen

over een bepaald onderwerp zingen

bezingen

werkwoord

Betekenis

  1. over een bepaald onderwerp zingen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van bezingen

bezingenhele werkwoord — bezongverleden tijd enkelvoud — bezongenverleden tijd meervoud — bezongenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bezing bezong
jij bezingt bezong
hij, zij, het bezingt bezong
wij bezingen bezongen
jullie bezingen bezongen
zij bezingen bezongen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bezongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bezongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bezing gebiedende wijs
bezinge aanvoegende wijs
bezingend onvoltooid, deelwoord
bezong verleden tijd
bezongen verleden tijd, deelwoord
bezongen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bezongen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bezongen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bezongen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bezongen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bezongen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bezongen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bezongen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bezongen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bezongen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
er is bezongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bezongen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bezongen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bezongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bezongen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bezongen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bezongen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bezongen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bezongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bezongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bezongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bezongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bezongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bezongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bezongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bezongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bezongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bezongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bezongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bezongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bezongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bezongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bezongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bezongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bezongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bezingen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bezongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bezingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bezongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bezongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bezongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bezongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bezongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bezongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bezongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bezongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bezongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bezongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bezongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bezongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bezongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bezongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bezongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bezongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bezongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bezongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bezongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bezongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bezingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bezingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bezingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bezongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bezongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bezongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bezongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bezongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bezongen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bezongen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bezongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bezongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bezongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bezongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bezingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bezingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bezingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bezongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bezongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bezongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bezongen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bezongen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bezongen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bezingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bezingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bezingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bezongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bezongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bezongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bezongen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bezongen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bezongen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bezingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bezongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bezongen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bezingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bezingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bezingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bezingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bezongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bezongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bezongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bezongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bezongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bezongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bezongen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bezongen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bezongen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bezingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bezongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bezongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bezongen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van zingen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bezingen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bezing gebiedende wijs bezingen
bezinge aanvoegende wijs bezingen
bezingend onvoltooid deelwoord bezingen
bezingende woordvorm bezingen
bezingt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bezingen
bezong verleden tijd bezingen
bezongen voltooid deelwoord bezingen
bezongt aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon bezingen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezingen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bezingen

Wat betekent bezingen?
Bezingen is een werkwoord. Het woord betekent: over een bepaald onderwerp zingen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bezingen?
Je vervoegt bezingen als volgt: de tegenwoordige tijd is bezing, de verleden tijd is bezong en het voltooid deelwoord is bezongen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bezingen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. Z 4
  4. I 1
  5. N 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bezingen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. Z 5
  4. I 2
  5. N 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bezingen in het kort

bezingen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bezingen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bezingen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bezingen: over een bepaald onderwerp zingen
Deel bezingen — standaardnederlands.nl