Naar de inhoud

bezegelen

een zegel aanbrengen op

bezegelen

werkwoord

Betekenis

  1. een zegel aanbrengen op
  2. bekrachtigen

Vervoeging van bezegelen

bezegelenhele werkwoord — bezegeldeverleden tijd enkelvoud — bezegeldenverleden tijd meervoud — bezegeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bezegel bezegelde
jij bezegelt bezegelde
hij, zij, het bezegelt bezegelde
wij bezegelen bezegelden
jullie bezegelen bezegelden
zij bezegelen bezegelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bezegeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bezegeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bezegel gebiedende wijs
bezegeld verleden tijd, deelwoord
bezegeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bezegeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bezegeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bezegeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bezegeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bezegeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bezegeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bezegeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bezegeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bezegeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bezegelde verleden tijd
bezegele aanvoegende wijs
bezegelend onvoltooid, deelwoord
er is bezegeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bezegeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bezegeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bezegeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bezegeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bezegeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bezegeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bezegeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bezegeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bezegeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bezegeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bezegeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bezegeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bezegeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bezegeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bezegeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bezegeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bezegeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bezegeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bezegeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bezegeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bezegeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bezegeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bezegeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bezegeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bezegelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bezegeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bezegelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bezegeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bezegeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bezegeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bezegeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bezegeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bezegeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bezegeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bezegeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bezegeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bezegeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bezegeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bezegeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bezegeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bezegeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bezegeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bezegeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bezegeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bezegeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bezegeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bezegeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bezegeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bezegeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bezegeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bezegeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bezegeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bezegeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bezegeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bezegelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bezegelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bezegelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bezegeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bezegeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bezegeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bezegeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bezegeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bezegeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bezegeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bezegeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bezegeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bezegeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bezegeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bezegeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bezegeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bezegelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bezegelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bezegelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bezegeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bezegeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bezegeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bezegeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bezegeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bezegeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bezegeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bezegeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bezegeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bezegelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bezegelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bezegelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bezegeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bezegeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bezegeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bezegelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bezegeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bezegeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bezegeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bezegeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bezegeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bezegeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bezegeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bezegeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bezegeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bezegelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bezegelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bezegelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bezegelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bezegeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bezegeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bezegeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bezegelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van zegelen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bezegelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bezegel gebiedende wijs bezegelen
bezegeld voltooid deelwoord bezegelen
bezegelde verleden tijd bezegelen
bezegelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bezegelen
bezegele aanvoegende wijs bezegelen
bezegelend onvoltooid deelwoord bezegelen
bezegelende woordvorm bezegelen
bezegelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bezegelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezegelen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over bezegelen

Wat is de betekenis van bezegelen?
Bezegelen is een werkwoord. De betekenis is: een zegel aanbrengen op. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bezegelen?
Zo vervoeg je bezegelen zo: de tegenwoordige tijd is bezegel, de verleden tijd is bezegelde en het voltooid deelwoord is bezegeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bezegelen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. Z 4
  4. E 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bezegelen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. Z 5
  4. E 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bezegelen in het kort

bezegelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bezegelen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bezegelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bezegelen: een zegel aanbrengen op
Deel bezegelen — standaardnederlands.nl