bewieroken
werkwoordBetekenis
- wierookdampen over iets of iemand aanbrengen
- iemand lof toezwaaien
Vervoeging van bewieroken
bewierokenhele werkwoord — bewierookteverleden tijd enkelvoud — bewierooktenverleden tijd meervoud — bewierooktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bewierook | bewierookte |
| jij | bewierookt | bewierookte |
| hij, zij, het | bewierookt | bewierookte |
| wij | bewieroken | bewierookten |
| jullie | bewieroken | bewierookten |
| zij | bewieroken | bewierookten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bewierookt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bewierookt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bewieroke | aanvoegende wijs |
| bewierokend | onvoltooid, deelwoord |
| bewierook | gebiedende wijs |
| bewierookt | verleden tijd, deelwoord |
| bewierookt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bewierookt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bewierookt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bewierookt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bewierookt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bewierookt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bewierookt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bewierookt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bewierookt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bewierookt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bewierookte | verleden tijd |
| er is bewierookt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bewierookt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bewierookt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bewierookt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bewierookt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bewierookt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bewierookt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bewierookt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bewierookt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bewierookt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bewierookt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bewierookt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bewierookt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bewierookt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bewierookt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bewierookt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bewierookt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bewierookt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bewierookt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bewierookt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bewierookt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bewierookt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bewierookt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bewierookt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bewierookt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bewieroken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bewierookt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bewieroken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bewierookt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bewierookt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bewierookt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bewierookt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bewierookt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bewierookt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bewierookt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bewierookt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bewierookt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bewierookt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bewierookt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bewierookt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bewierookt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bewierookt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bewierookt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bewierookt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bewierookt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bewierookt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bewierookt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bewierookt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bewieroken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bewieroken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bewieroken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bewierookt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bewierookt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bewierookt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bewierookt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bewierookt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bewierookt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bewierookt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bewierookt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bewierookt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bewierookt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bewierookt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bewieroken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bewieroken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bewieroken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bewierookt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bewierookt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bewierookt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bewierookt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bewierookt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bewierookt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bewierookt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bewierookt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bewierookt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bewieroken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bewieroken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bewieroken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bewierookt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bewierookt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bewierookt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bewierookt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bewierookt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bewierookt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bewierookt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bewierookt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bewierookt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bewieroken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bewierookt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bewierookt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bewierookt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bewieroken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bewieroken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bewieroken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bewieroken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bewierookt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bewierookt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bewierookt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bewierookt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bewierookt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bewierookt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bewierookt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bewierookt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bewierookt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bewieroken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bewierookt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bewierookt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bewierookt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van wierook met het voorvoegsel be-.
Woordfamilie van bewieroken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bewieroke | aanvoegende wijs | bewieroken |
| bewierokend | onvoltooid deelwoord | bewieroken |
| bewierokende | woordvorm | bewieroken |
| bewierook | gebiedende wijs | bewieroken |
| bewierookt | voltooid deelwoord | bewieroken |
| bewierookte | verleden tijd | bewieroken |
| bewierookten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bewieroken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bewieroken zijn vastgelegd.