beweiden
werkwoordBetekenis
- op een grasland vee laten grazen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van beweiden
beweidenhele werkwoord — beweiddeverleden tijd enkelvoud — beweiddenverleden tijd meervoud — beweidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beweid | beweidde |
| jij | beweidt | beweidde |
| hij, zij, het | beweidt | beweidde |
| wij | beweiden | beweidden |
| jullie | beweiden | beweidden |
| zij | beweiden | beweidden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben beweid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent beweid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| beweid | gebiedende wijs |
| beweid | verleden tijd, deelwoord |
| beweid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beweid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beweid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beweid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beweid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beweid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beweid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beweid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beweid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beweid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beweidde | verleden tijd |
| beweide | aanvoegende wijs |
| beweidend | onvoltooid, deelwoord |
| er is beweid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was beweid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd beweid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt beweid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal beweid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal beweid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou beweid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou beweid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beweid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beweid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beweid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beweid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beweid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beweid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beweid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beweid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beweid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beweid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beweid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beweid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beweid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beweid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beweid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is beweid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is beweid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beweiden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beweid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beweiden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart beweid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beweid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren beweid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beweid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was beweid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was beweid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was beweid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd beweid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd beweid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd beweid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden beweid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden beweid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden beweid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt beweid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word beweid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden beweid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden beweid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden beweid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt beweid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt beweid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal beweid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beweid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beweid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beweid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beweid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal beweid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beweid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beweiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beweiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beweiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn beweid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn beweid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn beweid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt beweid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beweid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beweid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beweid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beweid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beweid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou beweid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beweid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beweid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beweid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beweiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beweiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beweiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden beweid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beweid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beweid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beweid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beweid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beweid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beweid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beweid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beweid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beweiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beweiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beweiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt beweid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beweid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beweid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beweiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen beweid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beweid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beweid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beweid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beweid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beweid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beweid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beweid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beweid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beweiden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beweiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beweiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beweiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult beweid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beweid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beweid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beweiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van weiden met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van beweiden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beweid | voltooid deelwoord | beweiden |
| beweidde | verleden tijd | beweiden |
| beweidden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beweiden |
| beweide | aanvoegende wijs | beweiden |
| beweidend | onvoltooid deelwoord | beweiden |
| beweidende | woordvorm | beweiden |
| beweidt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beweiden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beweiden zijn vastgelegd.