Naar de inhoud

bewegwijzeren

van wegwijzers voorzien

bewegwijzeren

werkwoord

Betekenis

  1. van wegwijzers voorzien

Vervoeging van bewegwijzeren

bewegwijzerenhele werkwoord — bewegwijzerdeverleden tijd enkelvoud — bewegwijzerdenverleden tijd meervoud — bewegwijzerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bewegwijzer bewegwijzerde
jij bewegwijzert bewegwijzerde
hij, zij, het bewegwijzert bewegwijzerde
wij bewegwijzeren bewegwijzerden
jullie bewegwijzeren bewegwijzerden
zij bewegwijzeren bewegwijzerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bewegwijzerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bewegwijzerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bewegwijzer gebiedende wijs
bewegwijzerd verleden tijd, deelwoord
bewegwijzerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bewegwijzerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bewegwijzerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bewegwijzerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bewegwijzerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bewegwijzerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bewegwijzerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bewegwijzerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bewegwijzerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bewegwijzerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bewegwijzerde verleden tijd
bewegwijzere aanvoegende wijs
bewegwijzerend onvoltooid, deelwoord
er is bewegwijzerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bewegwijzerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bewegwijzerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bewegwijzerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bewegwijzerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bewegwijzerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bewegwijzerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bewegwijzerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bewegwijzerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bewegwijzerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bewegwijzerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bewegwijzerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bewegwijzerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bewegwijzerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bewegwijzerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bewegwijzerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bewegwijzerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bewegwijzerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bewegwijzerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bewegwijzerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bewegwijzerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bewegwijzerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bewegwijzerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bewegwijzerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bewegwijzerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bewegwijzeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bewegwijzerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bewegwijzeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bewegwijzerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bewegwijzerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bewegwijzerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bewegwijzerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bewegwijzerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bewegwijzerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bewegwijzerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bewegwijzerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bewegwijzerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bewegwijzerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bewegwijzerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bewegwijzerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bewegwijzerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bewegwijzerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bewegwijzerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bewegwijzerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bewegwijzerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bewegwijzerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bewegwijzerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bewegwijzerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bewegwijzerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bewegwijzerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bewegwijzerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bewegwijzerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bewegwijzerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bewegwijzerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bewegwijzerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bewegwijzeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bewegwijzeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bewegwijzeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bewegwijzerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bewegwijzerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bewegwijzerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bewegwijzerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bewegwijzerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bewegwijzerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bewegwijzerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bewegwijzerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bewegwijzerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bewegwijzerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bewegwijzerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bewegwijzerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bewegwijzerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bewegwijzeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bewegwijzeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bewegwijzeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bewegwijzerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bewegwijzerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bewegwijzerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bewegwijzerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bewegwijzerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bewegwijzerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bewegwijzerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bewegwijzerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bewegwijzerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bewegwijzeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bewegwijzeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bewegwijzeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bewegwijzerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bewegwijzerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bewegwijzerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bewegwijzeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bewegwijzerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bewegwijzerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bewegwijzerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bewegwijzerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bewegwijzerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bewegwijzerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bewegwijzerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bewegwijzerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bewegwijzerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bewegwijzeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bewegwijzeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bewegwijzeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bewegwijzeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bewegwijzerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bewegwijzerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bewegwijzerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bewegwijzeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van wegwijzer met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van bewegwijzeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bewegwijzer gebiedende wijs bewegwijzeren
bewegwijzerd voltooid deelwoord bewegwijzeren
bewegwijzerde verleden tijd bewegwijzeren
bewegwijzerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bewegwijzeren
bewegwijzere aanvoegende wijs bewegwijzeren
bewegwijzerend onvoltooid deelwoord bewegwijzeren
bewegwijzerende woordvorm bewegwijzeren
bewegwijzert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bewegwijzeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bewegwijzeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over bewegwijzeren

Wat betekent bewegwijzeren?
Bewegwijzeren is een werkwoord. Het woord betekent: van wegwijzers voorzien.
Hoe vervoeg je bewegwijzeren?
Je vervoegt bewegwijzeren als volgt: de tegenwoordige tijd is bewegwijzer, de verleden tijd is bewegwijzerde en het voltooid deelwoord is bewegwijzerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bewegwijzeren is 32 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. W 5
  4. E 1
  5. G 3
  6. W 5
  7. I 1
  8. J 4
  9. Z 4
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 32 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bewegwijzeren levert met Wordfeud minimaal 35 en maximaal 135 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. W 5
  4. E 1
  5. G 3
  6. W 5
  7. I 2
  8. J 4
  9. Z 5
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 35 zonder bonus
  15. 135 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bewegwijzeren in het kort

bewegwijzeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bewegwijzeren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bewegwijzeren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bewegwijzeren: van wegwijzers voorzien
Deel bewegwijzeren — standaardnederlands.nl