bevochtigen
werkwoordBetekenis
- het proces waarbij een vloeistof contact maakt met een oppervlak
werkwoord
- het proces waarbij een vloeistof contact maakt met een oppervlak en er een laagje vocht op dat oppvervlak achterblijft transitive
Vervoeging van bevochtigen
bevochtigenhele werkwoord — bevochtigdeverleden tijd enkelvoud — bevochtigdenverleden tijd meervoud — bevochtigdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bevochtig | bevochtigde |
| jij | bevochtigt | bevochtigde |
| hij, zij, het | bevochtigt | bevochtigde |
| wij | bevochtigen | bevochtigden |
| jullie | bevochtigen | bevochtigden |
| zij | bevochtigen | bevochtigden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bevochtigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bevochtigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bevochtig | gebiedende wijs |
| bevochtigd | verleden tijd, deelwoord |
| bevochtigd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bevochtigd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bevochtigd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevochtigd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevochtigd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevochtigd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bevochtigd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bevochtigd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevochtigd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevochtigd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevochtigde | verleden tijd |
| bevochtige | aanvoegende wijs |
| bevochtigend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bevochtigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bevochtigd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bevochtigd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bevochtigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bevochtigd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bevochtigd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bevochtigd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bevochtigd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bevochtigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bevochtigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bevochtigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bevochtigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bevochtigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bevochtigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bevochtigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bevochtigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bevochtigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bevochtigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bevochtigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bevochtigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bevochtigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bevochtigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bevochtigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bevochtigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bevochtigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bevochtigen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bevochtigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bevochtigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bevochtigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bevochtigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bevochtigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bevochtigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bevochtigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bevochtigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bevochtigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bevochtigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bevochtigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bevochtigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bevochtigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bevochtigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bevochtigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bevochtigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bevochtigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bevochtigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bevochtigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bevochtigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bevochtigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bevochtigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bevochtigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevochtigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bevochtigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bevochtigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevochtigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bevochtigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevochtigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bevochtigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bevochtigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bevochtigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bevochtigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bevochtigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bevochtigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bevochtigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bevochtigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevochtigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevochtigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bevochtigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevochtigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bevochtigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevochtigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevochtigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevochtigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bevochtigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bevochtigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bevochtigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bevochtigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bevochtigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bevochtigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevochtigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bevochtigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bevochtigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevochtigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bevochtigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bevochtigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevochtigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bevochtigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bevochtigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bevochtigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevochtigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevochtigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevochtigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bevochtigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bevochtigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bevochtigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevochtigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bevochtigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bevochtigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevochtigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bevochtigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bevochtigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevochtigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bevochtigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bevochtigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bevochtigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bevochtigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevochtigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevochtigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevochtigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van vocht met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van bevochtigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bevochtig | gebiedende wijs | bevochtigen |
| bevochtigd | voltooid deelwoord | bevochtigen |
| bevochtigde | verleden tijd | bevochtigen |
| bevochtigden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bevochtigen |
| bevochtige | aanvoegende wijs | bevochtigen |
| bevochtigend | onvoltooid deelwoord | bevochtigen |
| bevochtigende | woordvorm | bevochtigen |
| bevochtigt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bevochtigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bevochtigen zijn vastgelegd.