Naar de inhoud

bevochten

vochtig maken, bevochtigen

bevochten

werkwoord

Betekenis

  1. vochtig maken, bevochtigen

Vervoeging van bevochten

bevochtenhele werkwoord — bevochtteverleden tijd enkelvoud — bevochttenverleden tijd meervoud — bevochtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bevocht bevochtte
jij bevocht bevochtte
hij, zij, het bevocht bevochtte
wij bevochten bevochtten
jullie bevochten bevochtten
zij bevochten bevochtten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bevocht gebiedende wijs
bevocht verleden tijd, deelwoord
bevocht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevocht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevochte aanvoegende wijs
bevochtend onvoltooid, deelwoord
bevochtte verleden tijd
ev. gebiedende wijs
had bevocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bevocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bevocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bevocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bevocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bevocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bevocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bevocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bevocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bevochten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bevocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bevochten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bevocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bevocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bevochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bevochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bevochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou bevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bevochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bevochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bevochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bevochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bevochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bevochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bevocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bevocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bevocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bevochten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bevochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bevochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bevochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bevocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bevochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van bevechten
  • voltooid deelwoord van bevechten

Vervoeging van bevochten

bevochtenhele werkwoord — bevochtteverleden tijd enkelvoud — bevochttenverleden tijd meervoud — bevochtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bevocht bevochtte
jij bevocht bevochtte
hij, zij, het bevocht bevochtte
wij bevochten bevochtten
jullie bevochten bevochtten
zij bevochten bevochtten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bevocht gebiedende wijs
bevocht verleden tijd, deelwoord
bevocht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevocht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevochte aanvoegende wijs
bevochtend onvoltooid, deelwoord
bevochtte verleden tijd
ev. gebiedende wijs
had bevocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bevocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bevocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bevocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bevocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bevocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bevocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bevocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bevocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bevochten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bevocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bevochten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bevocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bevocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bevochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bevochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bevochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou bevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bevochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bevochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bevochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bevochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bevochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bevochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bevocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bevocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bevocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bevochten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bevochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bevochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bevochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bevocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bevochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van vochten met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bevochten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bevochte aanvoegende wijs bevochten
bevochtend onvoltooid deelwoord bevochten
bevochtende woordvorm bevochten
bevochtte verleden tijd bevochten
bevochtten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bevochten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bevochten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bevochten

Wat is de betekenis van bevochten?
Bevochten is een werkwoord. De betekenis is: vochtig maken, bevochtigen.
Hoe vervoeg ik bevochten?
Zo vervoeg je bevochten zo: de tegenwoordige tijd is bevocht, de verleden tijd is bevochtte en het voltooid deelwoord is bevocht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bevochten is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. V 4
  4. O 1
  5. C 5
  6. H 4
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bevochten levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. V 4
  4. O 1
  5. C 5
  6. H 4
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 23 zonder bonus
  11. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bevochten in het kort

bevochten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bevochten staan er 30 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bevochten bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bevochten: vochtig maken, bevochtigen
Deel bevochten — standaardnederlands.nl