Naar de inhoud

bevechten

iets/iemand ~: de strijd aanbinden met iets/iemand

bevechten

werkwoord

Betekenis

  1. iets/iemand ~: de strijd aanbinden met iets/iemand

Vervoeging van bevechten

bevechtenhele werkwoord — bevochtverleden tijd enkelvoud — bevochtenverleden tijd meervoud — bevochtenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bevecht bevocht
jij bevecht bevocht
hij, zij, het bevecht bevocht
wij bevechten bevochten
jullie bevechten bevochten
zij bevechten bevochten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bevochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bevecht gebiedende wijs
bevechte aanvoegende wijs
bevechtend onvoltooid, deelwoord
bevocht verleden tijd
bevochten verleden tijd, deelwoord
bevochten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bevochten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bevochten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevochten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevochten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevochten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bevochten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bevochten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevochten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevochten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
er is bevochten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bevochten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bevochten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bevochten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bevochten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bevochten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bevochten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bevochten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bevochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bevochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bevochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bevochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bevochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bevochten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bevochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bevochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bevochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bevochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bevechten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bevochten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bevechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bevochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bevochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bevochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bevochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bevochten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bevochten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bevochten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bevochten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bevochten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bevochten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bevechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bevechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bevechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bevochten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bevochten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bevochten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevochten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bevochten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevochten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bevochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bevochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bevechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bevechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bevechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bevechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bevechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bevechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bevechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bevechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bevechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bevechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bevochten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bevochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bevochten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bevochten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bevochten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bevochten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bevochten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bevochten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bevochten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bevechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bevochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bevochten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bevochten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van vechten met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bevechten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bevecht gebiedende wijs bevechten
bevechte aanvoegende wijs bevechten
bevechtend onvoltooid deelwoord bevechten
bevechtende woordvorm bevechten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bevechten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bevechten

Wat betekent bevechten?
Bevechten is een werkwoord. Het woord betekent: iets/iemand ~: de strijd aanbinden met iets/iemand.
Hoe vervoeg je bevechten?
Je vervoegt bevechten als volgt: de tegenwoordige tijd is bevecht, de verleden tijd is bevocht en het voltooid deelwoord is bevochten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bevechten is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. C 5
  6. H 4
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bevechten levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. C 5
  6. H 4
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 23 zonder bonus
  11. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bevechten in het kort

bevechten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bevechten zijn 73 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bevechten bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bevechten: iets/iemand ~: de strijd aanbinden met iets/iemand
Deel bevechten — standaardnederlands.nl