bevaren
werkwoordBetekenis
- op een bepaald water varen
Vervoeging van bevaren
bevarenhele werkwoord — bevoerverleden tijd enkelvoud — bevoerenverleden tijd meervoud — bevarenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bevaar | bevoer |
| jij | bevaart | bevoer |
| hij, zij, het | bevaart | bevoer |
| wij | bevaren | bevoeren |
| jullie | bevaren | bevoeren |
| zij | bevaren | bevoeren |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bevaar | gebiedende wijs |
| bevare | aanvoegende wijs |
| bevaren | verleden tijd, deelwoord |
| bevaren te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bevaren te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bevaren te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevaren te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevaren te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevaren worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bevaren zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bevaren zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevaren zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevaren zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevarend | onvoltooid, deelwoord |
| bevoer(bevaarde) | verleden tijd |
| er is bevaren | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bevaren | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bevaren | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bevaren | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bevaren worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bevaren zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bevaren worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bevaren zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bevaren | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bevaren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bevaren | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bevaren | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bevaren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bevaren | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bevaren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bevaren | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bevaren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bevaren | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bevaren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bevaren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bevaren | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bevaren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bevaren | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bevaren | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bevaren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bevaren | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bevaren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bevaren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bevaren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bevaren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bevaren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bevaren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bevaren zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevaren zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bevaren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevaren zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bevaren zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bevaren zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevaren zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Vervoeging van bevaren
bevarenhele werkwoord — bevoerverleden tijd enkelvoud — bevoerenverleden tijd meervoud — bevarenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bevaar | bevoer |
| jij | bevaart | bevoer |
| hij, zij, het | bevaart | bevoer |
| wij | bevaren | bevoeren |
| jullie | bevaren | bevoeren |
| zij | bevaren | bevoeren |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bevaar | gebiedende wijs |
| bevare | aanvoegende wijs |
| bevaren | verleden tijd, deelwoord |
| bevaren te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bevaren te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bevaren te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevaren te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevaren te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevaren worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bevaren zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bevaren zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevaren zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevaren zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevarend | onvoltooid, deelwoord |
| bevoer(bevaarde) | verleden tijd |
| er is bevaren | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bevaren | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bevaren | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bevaren | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bevaren worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bevaren zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bevaren worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bevaren zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bevaren | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bevaren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bevaren | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bevaren | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bevaren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bevaren | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bevaren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bevaren | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bevaren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bevaren | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bevaren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bevaren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bevaren | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bevaren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bevaren | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bevaren | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bevaren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bevaren | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bevaren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bevaren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bevaren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bevaren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bevaren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bevaren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bevaren zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevaren zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bevaren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevaren zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bevaren zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bevaren zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevaren zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van varen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bevaren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bevaar | gebiedende wijs | bevaren |
| bevaarde | woordvorm | bevaren |
| bevaart | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bevaren |
| bevare | aanvoegende wijs | bevaren |
| bevarend | onvoltooid deelwoord | bevaren |
| bevarende | woordvorm | bevaren |
| bevoer | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon | bevaren |
| bevoeren | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bevaren |
| bevoert | woordvorm | bevaren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bevaren zijn vastgelegd.