betreuren
werkwoordBetekenis
- leedwezen tonen over iets, iets jammer vinden
Vervoeging van betreuren
betreurenhele werkwoord — betreurdeverleden tijd enkelvoud — betreurdenverleden tijd meervoud — betreurdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | betreur | betreurde |
| jij | betreurt | betreurde |
| hij, zij, het | betreurt | betreurde |
| wij | betreuren | betreurden |
| jullie | betreuren | betreurden |
| zij | betreuren | betreurden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben betreurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent betreurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| betreur | gebiedende wijs |
| betreurd | verleden tijd, deelwoord |
| betreurd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| betreurd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| betreurd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| betreurd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| betreurd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| betreurd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| betreurd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| betreurd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| betreurd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| betreurd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| betreurde | verleden tijd |
| betreure | aanvoegende wijs |
| betreurend | onvoltooid, deelwoord |
| er is betreurd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was betreurd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd betreurd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt betreurd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal betreurd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal betreurd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou betreurd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou betreurd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had betreurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had betreurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had betreurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden betreurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden betreurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden betreurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt betreurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb betreurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben betreurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben betreurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben betreurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben betreurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt betreurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft betreurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft betreurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is betreurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is betreurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te betreuren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben betreurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen betreuren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart betreurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren betreurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren betreurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren betreurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was betreurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was betreurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was betreurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd betreurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd betreurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd betreurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden betreurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden betreurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden betreurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt betreurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word betreurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden betreurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden betreurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden betreurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt betreurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt betreurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal betreurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal betreurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal betreurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal betreurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal betreurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal betreurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal betreurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal betreuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal betreuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal betreuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn betreurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn betreurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn betreurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt betreurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou betreurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou betreurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou betreurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou betreurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou betreurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou betreurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou betreurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou betreurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou betreurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou betreuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou betreuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou betreuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden betreurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden betreurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden betreurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden betreurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden betreurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden betreurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden betreurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden betreurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden betreurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden betreuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden betreuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden betreuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt betreurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt betreurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt betreurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt betreuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen betreurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen betreurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen betreurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen betreurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen betreurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen betreurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen betreurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen betreurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen betreurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen betreuren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen betreuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen betreuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen betreuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult betreurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult betreurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult betreurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult betreuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van treuren met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van betreuren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| betreur | gebiedende wijs | betreuren |
| betreurd | voltooid deelwoord | betreuren |
| betreurde | verleden tijd | betreuren |
| betreurden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | betreuren |
| betreure | aanvoegende wijs | betreuren |
| betreurend | onvoltooid deelwoord | betreuren |
| betreurende | woordvorm | betreuren |
| betreurt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | betreuren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van betreuren zijn vastgelegd.